dinsdag 29 september 2015

Blazoen jrg. 1, nr. 2

Inhoudsopgave:
  • Lothar Müller Westphal, heraldicus graficus en genealoog, door B. Grothues
  • Een edelman uit Denemarken in het Groninger land, door A. Daae
  • Een merk of getekend 'wapenzegel' van Pelgrom van Esfelt, door A. Zeven
  • Hoe groot is het vrijkwartier?, door W. Coolen
  • Museum De Lakenhal in Leiden (heraldisch cultureel erfgoed), door R. de Neve
  • De kleuren van textiele zegelstaarten van uithangende zegels in de middeleeuwen en de eeuwen daarna, door A. Zeven
  • Twee eeuwen koninklijke heraldiek in Nederland (inspiratiebron voor burgerwapens?), door R. de Neve



Uitgever: Stichting Nederlands Genootschap voor Heraldiek
Blazoen verschijnt vier keer per jaar voor de Vrienden van het NGH (min. € 25,00 per jaar)

maandag 28 september 2015

Over (neo)gotische wapens in Duitsland

Hoewel in de Bondsrepubliek Duitsland de adel geen officiële positie meer heeft, leeft de groep als nooit tevoren. Ook de belangstelling voor adel is daar nog steeds erg groot: Altadel, Briefadel, Stadtadel en Uradel - het is slechts een beperkte greep uit een groter aantal classificaties waar de oosterburen dol op zijn. De Uradel is genealogisch te herleiden tot personen die al vóór het jaar 1350 als edel werden beschouwd.

In de loop van de late negentiende - en begin twintigste eeuw is de Uradel (de categorie waarvoor men het meeste respect had en heeft) haar wapens gaan voeren in de gotische stijl van de dertiende en veertiende eeuw. Zijn distinctiezucht mondde daarmee uit in stoere, gezag afdwingende eenvoud. Binnen het stramien van die gotische revival van de negentiende eeuw werd teruggegrepen op de vormen die men overwegend aantrof in kerken. Alle vroegmoderne pronkstukken en overige toevoegingen werden geweerd. Er kwamen eenvoudige kuiphelmen met forse helmtekens voor in de plaats, geplant op spitsvoetige schilden, die dezelfde vormverhouding hadden als de toppen van gotische ramen.

Een heel sprekend neogotisch voorbeeld is het wapen Von Hohenzollern dat is aangebracht op het timpaan van het mausoleum voor ex-keizer Wilhelm (overl. 1941) te Doorn. De uit zijn rechten gezette keizer voerde met zijn familie eerst een veel ingewikkelder wapen, met de bekende Duitse adelaar als centraal element. Maar na diens onttroning en dood was het juridisch niet meer gepast om dat wapen te gebruiken. Daarom greep men terug naar het Hohenzollern-stamwapen in zijn oudste, Uradlige vorm. Het is eenvoudig gevierendeeld van zilver en zwart. Was het anachronistisch terug te grijpen naar stijlen van zevenhonderd jaar daarvóór? Of paste de eenvoudige modernistische belijning juist goed bij de voorwaarts denderende industrialisering, een nieuwe tijd?

Als men beseft dat het spitsvoetige schild het enige archetype in de gotische heraldiek is, is het des te verrassender dat rond 1300 ook andere schildvormen werden toegepast. We vonden in de CBG-collectie Belonje een prachtig zeldzaam voorbeeld van een perfect cirkelvormig schild onder een zware aanziende kuiphelm. Het is het wapen van het geslacht Weibeler, dat uit Würzburg (tussen Frankfurt en Neurenberg) stamde. Zij brachten al in de dertiende eeuw vier burgemeesters voort. Hun helmteken - buffelhoorns waarin zijn lelies zijn gestoken - lijkt op een intimiderende manier hun macht uit te dragen, wat nog versterkt wordt door de ondoorgrondelijke kijkspleten in de helm. De persoon in kwestie, wiens voornaam we niet weten, is overleden op 14 september 1307.


Weibeler-zerk in de kerk van Würzburg, coll. Belonje CBG, foto E. Glöckner























De lelie op het schild heeft een gebogen vorm en geeft het effect van een bol schildvlak. Het heeft wat weg van de zogenaamde beukelaar, het infanterieschild dat met mes, zwaard en rapier werd gehanteerd. Beukelaars waren niet in eerste instantie heraldische schilden, maar een praktische afweer om de linkerhand te beschermen, de tegenstander klappen toe te brengen en te duwen. Hier is een praktisch rondschild heraldisch toegepast, waarom weten we niet. Het enige wat blijkt, is dat ook cirkelvormige schilden functioneel waren binnen de krijgsuitrusting van vooraanstaande families en dat heraldiek onvermijdelijk een kind is van zijn tijd.



maandag 7 september 2015

Rouwborden Wijk bij Duurstede in ere hersteld










Op 4 september jongstleden zijn in de Grote Kerk te Wijk bij Duurstede drie rouwborden uit 1609, 1612 en 1617 aan het publiek getoond. „Lange tijd hebben er in de kerk tien plankjes gelegen waarop wapens geschilderd waren. Ze werden gevonden bij de restauratie in 1968. Niemand wist wat de functie van de plankjes was", aldus kerkarchivaris Ton Gelok.

Heraldicus dr. Ad de Jong uit Voorthuizen wist in 2009 vast te stellen dat de planken onderdelen van rouwborden waren. In 1789 hingen er in de kerk nog 74 exemplaren. Rouwborden werden toen gezien als een ostentatieve en onrechtmatige vorm van zelfverheffing. Het merendeel is daarom vernietigd. Niet in een golf van volkswoede, maar als keurige uitvoering van overheidsbeleid.
Het gaat in dit geval om telgen uit bekende adellijke regentenfamilies: Jonker Joest van Baeren van Schonauwen en twee Van Oestrums, die allebei Johan heetten. U kunt op bovenstaande afbeelding klikken om de details op de rouwborden zelf te zien.

De Jong reconstrueerde op papier en digitaal de rouwborden met behulp van het manuscript van Maximiliaan Louis van Hangest d’Yvoy, lid van de Hoge Raad van Adel (het manuscript is eigendom van het Koninklijk Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde en wordt beheerd door het Centraal Bureau voor Genealogie). 'D'Yvoy' maakte tussen 1776 en 1815 afschriften van heraldiek in de kerken van Utrecht, Holland, Gelderland en Noord-Brabant. Meubelmaker Bert van de Burgt en heraldisch schilder Rómulo Döderlein de Win reconstrueerden de borden tot hun oorspronkelijke staat. Het resultaat mag er zijn.