maandag 14 december 2015

Een heraldische mijlpaal





Uit de heraldische collecties van het CBG, werd ruim twee jaar geleden wapenboek I van De Lange (1725) opgediept. Vervolgens werd de inhoud van dit boek gefotografeerd (ca. 376 pagina’s met getekende en gekleurde rouwborden).

De oude strategie voor de vastlegging in de Heraldische Databank, werd hiervoor gewijzigd. In plaats van een computergetekende versie van de familiewapens op te nemen (‘referentietekening’) werden de originele achttiende-eeuwse tekeningen geplaatst. Het resultaat is ruim 4.200 kleurplaten die afschriften zijn van oude rouwborden die nog tijdens het Ancien régime in de kerken hingen.

Hierdoor wordt voor onderzoekers meer genealogische context (‘kwartieren’) geboden en wordt overbodige heraldische misinterpretatie voorkomen. Het project werd aan CBG-vrijwilliger heraldiek Ad Hoeijenbos toevertrouwd.

De wapentekenaar Job Marten de Lange heeft op een aantal punten vermoedelijk niet de juiste en volledige kennis van de heraldische stukken. Job Martin (of Hiob Marten) de Lange kwam uit een welgestelde familie en was aldus hemzelf "Gebooren tot Gorinchem den 11 Junij 1652". Zijn vader was de Gorkummer schepen Marten de Lange, zijn moeder Helena Rochatis (zie voor zijn voorgeslacht J.D. Wagner, de Nederlandsche Heraut, 1897).

Het lijkt erop dat De Lange aan het einde van zijn serie tekeningen niet beschikte over de juiste informatie van een aantal rouwbordkwartieren. Door nauwkeurig onderzoek kon bij vergelijking met verwante familie-rouwborden en met genealogisch onderzoek wel de juistheid worden vastgesteld. De Lange tekende wat hem voor de neus kwam. Dit waren vaak bronnen die veel ouder waren dan hijzelf. Foutjes of manipulaties (zoals bij kwartierstaten) werden letterlijk geciteerd en daardoor lijkt hij soms onbetrouwbaar. Hij zou zijn “bronnen weinig critisch” hebben benut" (Mededelingen CBG, 1965, nr. 2/3). Daarbij wordt vergeten dat hij een tekenaar was en geen genealoog.

Inmiddels ligt een draaiboek op tafel om vergelijkbare wapenboeken met kleurentekeningen van rouwborden, kerkramen, grafzerken en dergelijke, te digitaliseren en te koppelen aan de betreffende familienamen.


Zie ook onze oudere blogpost.


woensdag 9 december 2015

Een luxe musket uit de familie De la Tour d'Auvergne


Christian von Braunschweig-Wolffenbuettel, links door P. Moreelse, 1619, Herzog Anton Ulrich Museum Braunschweig; rechts door Harmen Willemsz Wieringa, 1620-1625, Deutsches Historisches Museum, Berlijn

Materialen als tropisch hardhout, ivoor, zilver en parelmoer stalen de show van de Gouden Eeuw. Ze werden ook verwerkt in vuurwapens. Zulke gepersonaliseerde geweren en pistolen gaven de eigenaar een status. Wie zich met deze gevaarlijke en bloedmooie gadgets liet vereeuwigen, moest op zijn minst een 'beetje boef' zijn. Christiaan van Brunswijk (bijgenaamd Dolle Christiaan, vanwege zijn gewelddadige imago) liet zich meerdere keren afbeelden (de tweede keer is in de kopie alleen zijn kapsel wezenlijk veranderd) met hetzelfde vuurwapen. Hij was er kennelijk dol op.

Vandaag werd ons door het Nationaal Militair Museum een afbeelding van een vuurwapen uit dezelfde periode voorgelegd. Het was al bekend dat dit musket (of lontslotgeweer) ooit aan een lid van de familie De la Tour d'Auvergne toebehoorde, maar aan wie precies?







Het was bij hoge adel en vorsten gebruikelijk om de velden in het familiewapen per generatie te herschikken om een individu of diens familietak binnen het gehele geslacht te positioneren en territoriale claims te verbeelden. Het familiewapen werd daardoor min of meer persoonlijk. Om die reden is volgens ons dit vuurwapen gemaakt in opdracht van Henri de la Tour d’Auvergne (1555-1623). Als prins van Sedan bezat hij een autonome regio. In 1602 werd hij onttroond (het musket stamt juist uit die tijd!) en zijn bezit geconfisqueerd vanwege deelname aan samenzweringen. Het prinsdom werd voorgoed bij Frankrijk ingelijfd.

Op het wapen van het geweer ziet men: I [blauw] bezaaid met [gouden] lelies waarover een [zilveren] burcht (De la Tour), II in [goud] een [rood] kerkvaandel (Auvergne, de drie ringen aan het vaandel ziet men als bolletjes in het parelmoer), III geschuinbalkt van tien stukken, rood-goud (Turenne), IV in [rood] een [zilveren] dwarsbalk (Bouillon, dit lijken twee smalle dwarsbalken maar verbeeldt gewoon een enkele dwarsbalk). Hartschild: in [goud] drie [rode] bollen (Boulogne).
De bollen van Boulogne en het vaandel van Auvergne hadden een gezamenlijke territoriale voorgeschiedenis, maar in het wapen van de prins van Sedan werd het wapen Boulogne wat verder onder de aandacht gebracht doormiddel van het hartschild. Het heraldische wapen van Henri is overigens overgenomen door de buurtschap Racourt-et-Flaba (bij Sedan) en wordt nog steeds gebruikt.



.
Het duiden van (kunst)historische voorwerpen is een dankbaar aspect van heraldisch onderzoek. De cultuurhistorische en geldelijke waarde van een object kan nader worden bepaald. In ons blog schreven we regelmatig over luxe-objecten met familiewapens. Wapens van dit kaliber hadden we echter nog niet gezien!





woensdag 4 november 2015

Omvangrijke update Heraldische Databank




















De Heraldische Databank is onlangs aangevuld met veel onbekend materiaal. Voor wat betreft ouderdom, kwaliteit en uniciteit van de objecten is deze update een wezenlijke verrijking. Wie getrunceerd zoekt op "losse heraldiek op papier", "coll. Belonje", en "coll. De Vries" kan zien dat de afdeling heraldiek van het CBG met haar drie vrijwilligers Ad Hoeijenbos, Ton van de Coevering en Erik Godin niet heeft stilgezeten.

De collectie De Vries bevat lakafdrukken uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Behalve veel bekende adellijke en patricische familiewapens zijn tal van wapens beschreven die stammen van na de Tweede Wereldoorlog (nieuwe ontwerpen) of wapens die wederrechtelijk zijn toegeëigend of herontdekt in de periode 1960-1990. Ook zijn er buitenlandse familiewapens te vinden, mogelijk van expat-families die tijdelijk in 's-Gravenhage gevestigd waren en bij juwelier Backers hun ring lieten graveren.

De collectie Belonje wordt momenteel door een vrijwilliger bewerkt. Daarbij komt veel heraldische fotodocumentatie tevoorschijn uit Westfalen. In deze documentatie is veel Middeleeuws materiaal van adellijke families te vinden.

De collectie losse heraldiek op papier is een verzameling waardevolle en kunsthistorisch interessante schilderingen en tekeningen die nog niet eerder diepgaand was beschreven.

De Heraldische Databank richt zich primair op Nederlandse familiewapens (dus geen overheidsheraldiek). Familiewapens uit Vlaanderen en Westfalen worden als belangrijk genealogisch Umfeld gezien en als periferie dus wel betrokken in de databank.



maandag 5 oktober 2015

Heraldicum Disputationes jaargang 20 nr. 3



Inhoudsopgave van het derde nummer van jaargang 2015 van Heraldicum Disputationes: 

  • De ruitersteen van Hornhausen, door A. Zeven
  • Mgr. P.C.J. van Lierde, half Belgisch-half Nederlands, door H. van Heijningen
  • Pieter van Berchem zeerover-burgemeester, door D. Coutereels
  • Het album amicorum van Leo en Jan Roelofs (1571-1585), door  A. Zeven & M. Van de Cruys
  • De zegelmatrijs van Egidius van Wyneghem, door M. Van de Cruys
  • De zegelmatrijs van Boudewijn van Lens, door D. Delgrange
Als gebruikelijk ook in dit nummer ingezonden brieven, mededelingen en signaleringen van nieuwe boeken in de afdeling Disputationes.

Uitgever: Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem (België)
Heraldicum Disputationes verschijnt vier keer per jaar.
Prijs: € 20,- per jaar, € 6,00 voor losse nummers (€ 7,50 voor Nederland.)
Zie http://users.telenet.be/homunculus/heraldiek.html

dinsdag 29 september 2015

Blazoen jrg. 1, nr. 2

Inhoudsopgave:
  • Lothar Müller Westphal, heraldicus graficus en genealoog, door B. Grothues
  • Een edelman uit Denemarken in het Groninger land, door A. Daae
  • Een merk of getekend 'wapenzegel' van Pelgrom van Esfelt, door A. Zeven
  • Hoe groot is het vrijkwartier?, door W. Coolen
  • Museum De Lakenhal in Leiden (heraldisch cultureel erfgoed), door R. de Neve
  • De kleuren van textiele zegelstaarten van uithangende zegels in de middeleeuwen en de eeuwen daarna, door A. Zeven
  • Twee eeuwen koninklijke heraldiek in Nederland (inspiratiebron voor burgerwapens?), door R. de Neve



Uitgever: Stichting Nederlands Genootschap voor Heraldiek
Blazoen verschijnt vier keer per jaar voor de Vrienden van het NGH (min. € 25,00 per jaar)

maandag 28 september 2015

Over (neo)gotische wapens in Duitsland

Hoewel in de Bondsrepubliek Duitsland de adel geen officiële positie meer heeft, leeft de groep als nooit tevoren. Ook de belangstelling voor adel is daar nog steeds erg groot: Altadel, Briefadel, Stadtadel en Uradel - het is slechts een beperkte greep uit een groter aantal classificaties waar de oosterburen dol op zijn. De Uradel is genealogisch te herleiden tot personen die al vóór het jaar 1350 als edel werden beschouwd.

In de loop van de late negentiende - en begin twintigste eeuw is de Uradel (de categorie waarvoor men het meeste respect had en heeft) haar wapens gaan voeren in de gotische stijl van de dertiende en veertiende eeuw. Zijn distinctiezucht mondde daarmee uit in stoere, gezag afdwingende eenvoud. Binnen het stramien van die gotische revival van de negentiende eeuw werd teruggegrepen op de vormen die men overwegend aantrof in kerken. Alle vroegmoderne pronkstukken en overige toevoegingen werden geweerd. Er kwamen eenvoudige kuiphelmen met forse helmtekens voor in de plaats, geplant op spitsvoetige schilden, die dezelfde vormverhouding hadden als de toppen van gotische ramen.

Een heel sprekend neogotisch voorbeeld is het wapen Von Hohenzollern dat is aangebracht op het timpaan van het mausoleum voor ex-keizer Wilhelm (overl. 1941) te Doorn. De uit zijn rechten gezette keizer voerde met zijn familie eerst een veel ingewikkelder wapen, met de bekende Duitse adelaar als centraal element. Maar na diens onttroning en dood was het juridisch niet meer gepast om dat wapen te gebruiken. Daarom greep men terug naar het Hohenzollern-stamwapen in zijn oudste, Uradlige vorm. Het is eenvoudig gevierendeeld van zilver en zwart. Was het anachronistisch terug te grijpen naar stijlen van zevenhonderd jaar daarvóór? Of paste de eenvoudige modernistische belijning juist goed bij de voorwaarts denderende industrialisering, een nieuwe tijd?

Als men beseft dat het spitsvoetige schild het enige archetype in de gotische heraldiek is, is het des te verrassender dat rond 1300 ook andere schildvormen werden toegepast. We vonden in de CBG-collectie Belonje een prachtig zeldzaam voorbeeld van een perfect cirkelvormig schild onder een zware aanziende kuiphelm. Het is het wapen van het geslacht Weibeler, dat uit Würzburg (tussen Frankfurt en Neurenberg) stamde. Zij brachten al in de dertiende eeuw vier burgemeesters voort. Hun helmteken - buffelhoorns waarin zijn lelies zijn gestoken - lijkt op een intimiderende manier hun macht uit te dragen, wat nog versterkt wordt door de ondoorgrondelijke kijkspleten in de helm. De persoon in kwestie, wiens voornaam we niet weten, is overleden op 14 september 1307.


Weibeler-zerk in de kerk van Würzburg, coll. Belonje CBG, foto E. Glöckner























De lelie op het schild heeft een gebogen vorm en geeft het effect van een bol schildvlak. Het heeft wat weg van de zogenaamde beukelaar, het infanterieschild dat met mes, zwaard en rapier werd gehanteerd. Beukelaars waren niet in eerste instantie heraldische schilden, maar een praktische afweer om de linkerhand te beschermen, de tegenstander klappen toe te brengen en te duwen. Hier is een praktisch rondschild heraldisch toegepast, waarom weten we niet. Het enige wat blijkt, is dat ook cirkelvormige schilden functioneel waren binnen de krijgsuitrusting van vooraanstaande families en dat heraldiek onvermijdelijk een kind is van zijn tijd.



maandag 7 september 2015

Rouwborden Wijk bij Duurstede in ere hersteld










Op 4 september jongstleden zijn in de Grote Kerk te Wijk bij Duurstede drie rouwborden uit 1609, 1612 en 1617 aan het publiek getoond. „Lange tijd hebben er in de kerk tien plankjes gelegen waarop wapens geschilderd waren. Ze werden gevonden bij de restauratie in 1968. Niemand wist wat de functie van de plankjes was", aldus kerkarchivaris Ton Gelok.

Heraldicus dr. Ad de Jong uit Voorthuizen wist in 2009 vast te stellen dat de planken onderdelen van rouwborden waren. In 1789 hingen er in de kerk nog 74 exemplaren. Rouwborden werden toen gezien als een ostentatieve en onrechtmatige vorm van zelfverheffing. Het merendeel is daarom vernietigd. Niet in een golf van volkswoede, maar als keurige uitvoering van overheidsbeleid.
Het gaat in dit geval om telgen uit bekende adellijke regentenfamilies: Jonker Joest van Baeren van Schonauwen en twee Van Oestrums, die allebei Johan heetten. U kunt op bovenstaande afbeelding klikken om de details op de rouwborden zelf te zien.

De Jong reconstrueerde op papier en digitaal de rouwborden met behulp van het manuscript van Maximiliaan Louis van Hangest d’Yvoy, lid van de Hoge Raad van Adel (het manuscript is eigendom van het Koninklijk Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde en wordt beheerd door het Centraal Bureau voor Genealogie). 'D'Yvoy' maakte tussen 1776 en 1815 afschriften van heraldiek in de kerken van Utrecht, Holland, Gelderland en Noord-Brabant. Meubelmaker Bert van de Burgt en heraldisch schilder Rómulo Döderlein de Win reconstrueerden de borden tot hun oorspronkelijke staat. Het resultaat mag er zijn.

maandag 31 augustus 2015

Wapenkwartierstaat Van Cortenbach - Van der Lippe (2)



















Van de heer Frans Wetzels uit Venlo ontvingen wij op onze blogpost van 20 augustus aanvullende gegevens. De wapenkwartierstaat is inderdaad geformeerd rond de probandi Willem van Cortenbach en Margaretha van der Lippe genaamd Hoen, die huwden in 1592. Alleen is er indertijd gemanipuleerd met Willems kwartieren. Het vermoeden is nu, dat de bewuste perkamenten kwartierstaat uit de CBG-collectie Belonje ergens rond het midden van de zeventiende eeuw, dus later, is geschilderd.

De voorgewende afstammingslijnen van deze Willem van Cortenbach (van de Loonse tak) uit de Merodes tot Waroux, Pallants en Vlodrops tot Leut zijn niet traceerbaar, maar wel was er verwantschap via familieleden in zijn naaste omgeving. Zo huwde Anna van Hanxler (Hansseler) met Willem van Cortenbach, de grootvader van de proband. Haar tante of nicht Hedwig van Hanxler huwde 1491 met Gerard van Palant tot Gladbach (Gisela Meyer, Die Familie von Palant om Mittelalter, 2004). De vraag is of dit een onschuldige fout is, of dat de waarheid opzettelijk is verdraaid...

Wetzels vermoedt het laatste, omdat Willem vlak voor zijn huwelijk, in 1585, zijn kwartieren indiende om deel te nemen aan een toernooi te Düsseldorf. Zijn vier overgrootouders van vaderszijde waren Cortenbach x Horion en Hanxler x Randenrath. En zijn vier overgrootouders van moederszijde waren Hoen van Cartils x Segraedt en Horion x Bosch van Mopertingen (Graminaeus, Fuerstliche Hochzeit, etc, 1587). Omdat het bij toernooien om adellijke kwartieren draaide, heeft Willem de familie Segraedt, bewust uit zijn kwartierstaat geweerd. Zij waren niet-adellijke Gulikse leenhouders die in de magistraat van Aken zetelden.


donderdag 27 augustus 2015

De kroon als icoon (3)

Willlem de Eerste nog voor zijn kroning, let op de prinsenkroon


















Vandaag wordt bij het Nationaal Archief de tentoonstelling 24 uur met Willem geopend. U kunt als het ware de werkkamer van de koning betreden en zien hoe hij als een echte workaholic de administratieve basis legde voor onze moderne staat. Duizenden koninklijke besluiten werden door hemzelf ondertekend. Persoonlijke bezittingen van Willem I uit het Koninklijk Huisarchief, waaronder zijn werkkostuum, schrijfcassettes en persoonlijke aantekeningen, brengen hem dichterbij. Eén van de topstukken is de handgeschreven proclamatie uit het najaar van 1813.

Prinsenwapen Willem Frederik 1813
Het hoofd van de proclamatie is met een gravure bedrukt. Het is het stadhouderlijke familiewapen van de familie Van Nassau zoals Willem, toen nog Willem Frederik genaamd, het voerde. In het eerste kwartier staat ook de leeuw van Nassau, maar zonder zwaard, pijlenbundel en koningskroon. Het is het persoonlijke wapen van een vorst, maar nog niet van 'De Koning'. In januari 1814, dus amper drie maanden later, stelt Willem Frederik bij Koninklijk besluit vast dat dit (familie)wapen aangepast wordt met een koningskroon en in het eerste en vierde kwartier de leeuw (goud op rood), met koningskroon, zwaard en pijlenbundel; u ziet het hieronder. De gouden leeuw op rood komt direct uit de wapencompositie van Lodewijk Napoleon, zoals die het kort daarvoor gebruikte.
Willem Frederik, soeverein vorst 14 januari 1814 (De Vries 1995)



















Op 24 augustus 1815 (iets meer dan een jaar later ) wordt het wapen van het koninkrijk vastgesteld. In grote lijnen lijkt het nog steeds op ons huidige rijkswapen. Willem I, nu inmiddels koning, voert ook dit wapen maar dan in een variant met een helm en helmteken: de kleuren (blauw, goud) en de blokjes van Nassau, maar de gewapende en gekroonde leeuw van het decennium ervoor. In de (eenen)twintigste eeuw valt het wapen van de koning(in) volledig samen met het rijkswapen (zie onder).
Wapen van het Koninkrijk der Nederlanden, 24 augustus 1815 (De Vries 1995)
















In de jaren vóór zijn landing op het strand van Scheveningen leeft Willem Frederik als balling in Engeland. Daar doet hij ideeën op voor het industrialiseren en verbeteren van zijn toekomstige koninkrijk. Wat niemand echt ooit opgemerkt heeft, is dat hij zich ook op het gebied van de koningssymboliek door de Britten laat inspireren. De prinsenkroon op de bewuste proclamatie van 1813 is eigenlijk een fantasiekroon. Er is op dat moment voor de nieuwe staat nog geen kronenstelsel vastgesteld. De prinsenkroon moet koninklijke allure uitstralen maar nog niet koninklijk zijn, dat wordt later door de beugels en parels bewerkstelligd die over de hoofdband worden getrokken. Wat echter heel specifiek Engels is en binnen een paar maandjes weer verdwijnt, zijn de vierkante bladeren op de kroonband, die door hun schuine incisies in drie delen uiteenvallen. We zien dat bladertype nog steeds op Britse vorstenkronen terug, zoals bijvoorbeeld de St. Edwardskroon. Willem zou nooit de lelies van de Britse kroon overnemen, dat zou onterecht claims op de Franse troon veruiterlijken. Het kruisvormige blad echter, is natuurlijk een symbool van de christelijke wereld, maar roept tegenwoordig eigenlijk alleen Britse associaties op.
Ook de leeuwen op het prinsenwapen hebben veel weg van de leeuwen die op dat moment in Engeland gegraveerd werden. Het is dus waarschijnlijk niet eens Willem Frederiks idee geweest om de bladeren op de kroon zo op zijn Engels weer te geven, maar van de graveur zelf, die ongetwijfeld een Engelsman is geweest.
St. Edwardskroon
Details Prinsenkroon en St. Edwardskroon

donderdag 20 augustus 2015

Wapenkwartierstaat Van Cortenbach - Van der Lippe uit de collectie Belonje

Het Centraal Bureau voor Genealogie beheert niet alleen familiearchieven, maar ook archieven van genealogisch onderzoekers zoals mr. dr. Johan Belonje (1899-1996). Tijdens zijn leven vervulde hij vele (neven) functies op wetenschappelijk en maatschappelijk gebied. Voor de Tweede Wereldoorlog was hij bijna twintig jaar reserveofficier en nadien werd hij agent van de Nederlandsche Bank te Alkmaar. Zijn advocatenpraktijk legde hij toen neer. Als auteur was hij buitengewoon productief: hij schreef rond de 1000 grote en kleine publicaties over genealogie, heraldiek en kerk-, waterschaps- en rechtsgeschiedenis. Bovendien ging hij zeer veel op pad om in kerken afwrijfsels ('rubbings') te maken van grafkunst in Noord-Holland, Limburg en Duitsland.

Op dit moment wordt Belonjes archief en documentatie geschoond en toegankelijk gemaakt. Daarbij kwam deze week een beeldschone oude wapenkwartierstaat tevoorschijn. De wapenkwartierstaat is gemaakt voor (de nakomelingen) van Willem van Cortenbach die maarschalk was te Gulik - een hofbeambte belast met de zorg voor de paarden en stallen. Hij trouwde in 1592 met Margaretha van der Lippe genaamd Hoen (op deze kaart gespeld als van der Lip genaempt Houn). De Van Cortenbachs (in goud drie rode schuinbalken) stamden uit de gelijknamige heerlijkheid, die lag in wat nu de Limburgse gemeente Voerendaal is. Eén tak van de Van Cortenbachs is vooral bekend geworden doordat zij meer dan driehonderd jaar de hoge heerlijkheid Helmond in handen had. Naast het centraal gestelde wapen van Willem staat dat van zijn echtgenote in een ovaal. Haar familie heette Van der Lip of Van der Lippe, maar ging zich later Hoen (van der Lippe) noemen, of zoals hier: van der Lip genaempt Houn. De familie voerde in haar wapen drie kransen met rode bloemen.
Vanaf de zestiende eeuw ging de adel zich verder sluiten door een exclusief huwelijkspatroon. Meer en meer werd dit zichtbaar in het opstellen van kwartierstaten die moesten aantonen hoeveel adellijke voorouders er waren. In dit geval krijgen we een overzicht van veertien geslachten die bovenregionaal huwden. We kunnen ze bovenmodale adel noemen, vanwege het bezit van titels, heerlijkheden met hoge rechtspraak en hoffuncties. De families zijn in hun middeleeuwse oorsprong vaak Limburgs en Gelders ('Duits'), maar hadden door hun grensoverschrijdende huwelijken vaak vele eigen gebiedjes in andere streken. Trouwen binnen de eigen stand werkte vaak kwartierverlies (of volgens anderen kwartiervermeerdering) in de hand: Willem en Margaretha waren familie van elkaar via de Van Merodes en Von Flodorps; die wapens komen dubbel op dit overzicht voor.

Willem van Cortenbach en Margaretha van der Lippe hadden een dochter Margaretha Maria barones van Cortenbach, vrouwe van Vaesthartelt (...- ca.1662), die te Leiden op 11 april 1630 in het huwelijk trad met Philips van Nassau, heer van Wijchen, Grimhuizen en Hoekelom en (bastaard)kleinzoon van Willem de Zwijger. Dit alles in beschouwing nemend kunnen we zeggen dat de wapens rond 1600 op deze perkamenten rol zijn geschilderd. Dat stemt ook overeen met de stijl van de wapens en de letters waarmee de namen van de diverse families op de daaronder gevoegde blauwe linten zijn geschreven.

donderdag 30 juli 2015

Ad Hoeben (1928) overleden

Op 22 juli jongstleden is de Brabantse heraldicus en vlaggenkundige Adrianus Henricus (Ad) Hoeben (20 nov. 1928) overleden.

Hoeben schreef in 1991 Brabantse heraldiek in historisch perspectief. Daarin zette hij in 126 pagina's overzichtelijk de contouren uit van de rijke Brabantse heraldiek.
Hoeben gaf in dat werk, maar ook in het genealogisch tijdschrift De Brabantse Leeuw, stevige en gefundeerde  kritiek op het gevierde naslagwerk van J.P.W.A. Smit, De Brabantse beelden en tekens van recht (1957). Smit was volgens Hoeben op het verleidelijke glibberige pad van de hypothese terechtgekomen en dat had zelfs gevolgen voor de provincievlag.

Afgezien van de vele artikelen die Hoeben schreef voor de Brabantse Leeuw, Gens Nostra en De Nederlandsche Leeuw, heeft hij zijn sporen verdiend met het naslagwerk Noord-Brabants Wapenrepertorium (2001). Door zijn werk in communicatie en voorlichting wist hij met de pen een nuchtere, moderne en vooral wetenschappelijke toon te vinden waar op dat moment behoefte aan was. Hoebens bijdragen aan de heraldiek, genealogie en banistiek zijn van blijvende invloed.

maandag 27 juli 2015

Heraldisch Tijdschrift, jaargang 2015, nr. 2

In het tweede nummer van de jaargang 2015 van het Heraldisch Tijdschrift, de periodiek van de Afdeling Heraldiek van de Nederlandse Genealogische Vereniging, de volgende artikelen:



  • Gulden-Vliesborden in Den Haag: restauratie en interpretatie, door Marjolijn Kruip. 
  • Kapittel Gulden Vlies in Den Haag (mei 1456), door Robert van Dijk
  • In de serie 'hedendaagse heraldici: Martin Knoch, grafisch en heraldisch ontwerper, door Bernard Grothues 
  • Benelux merkenbureau: geen heraldiek, door Robert van Dijk 
  • Spreen Brouwer, familiewapen in zegelringen, door A. Spreen Brouwer
En verder de nieuwe rubriek Overheidsheraldiek door J.A. de Boo (Bodegraven-Reeuwijk, Molenwaard), Boekbesprekingen en Op de keper beschouwd (lezersforum).

Het Heraldisch Tijdschrift verschijnt vier keer per jaar. Een abonnement kost € 30,- per jaar (buitenland € 35,-). NGV-leden betalen € 20,- per jaar. Email: w.vanzon@xs4all.nl

dinsdag 9 juni 2015

Blazoen : kwartaalblad voor heraldiek en zegelkunde, jrg. 1, nr. 1

Sinds kort heeft het nieuw opgerichte Nederlands Genootschap voor Heraldiek een eigen tijdschrift: Blazoen.
 
Inhoudsopgave:
  • Een heraldisch eerbetoon van Jakob B. Bronsema, door B. Grothues
  • Van hoorns, horens en van horen zeggen, door W. Coolen
  • Een wapen voor de basiliek van de Heilige Catharina te St. Petersburg, door A. Daae
  • Een stempel van het adellijke geslacht Klerck, door N.J.M. Biezen
  • De achttiende-eeuwse Arnhemse heraldisch schilder Willem ten Haegh, door A.C. Zeven
  • Uit andere bron (heraldische publicaties) en Vrijkwartier (rubriek met vragen wetenswaardigheden en reacties)


Uitgever: Stichting Nederlands Genootschap voor Heraldiek
Blazoen verschijnt vier keer per jaar voor de Vrienden van het NGH (min. € 25,00 per jaar)

maandag 8 juni 2015

Heraldicum Disputationes jaargang 29 nr. 2

Inhoudsopgave van het tweede nummer van jaargang 2015 van Heraldicum Disputationes:
  • Knoeien met kwartierstaten, door J.-M. van den Eeckhout
  • De 14 kwartieren van mr. Adriaen Nicolaesz. Boogaert, door H.K. Nagtegaal m.m.v. H.M. Morien
  • Een verloren grafsteen van Jan van den Brande en Anna de Brune, door D. Delgrange & M. Van de Cruys
  • Een zegelmatrijs met het wapen Veranneman (Gentbrugge), door D. Delgrange & M. Van de Cruys

Als gebruikelijk ook in dit nummer ingezonden brieven, mededelingen en signaleringen van nieuwe boeken in de afdeling Disputationes.

Uitgever: Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem (België)
Heraldicum Disputationes verschijnt vier keer per jaar.
Prijs: € 20,- per jaar, € 6,00 voor losse nummers (€ 7,50 voor Nederland.)
Zie http://users.telenet.be/homunculus/heraldiek.html

vrijdag 15 mei 2015

Heraldisch Tijdschrift, jaargang 2015, nr. 1

In het eerste nummer van de jaargang 2015 van het Heraldisch Tijdschrift, de periodiek van de Afdeling Heraldiek van de Nederlandse Genealogische Vereniging, de volgende artikelen:
  • Heraldische stijlen. Acht eeuwen heraldiek in vogelvlucht, door Norbert Biezen. (Dit 21 pagina's tellend kunsthistorisch-heraldisch overzicht maakt van dit nummer van het Heraldisch Tijdschrift de facto een themanummer.)
  • Overheidswapens worden beschermd door hun koninklijk besluit, door Robert van Dijk
  • In de serie 'hedendaagse heraldici': Prisca van Dessel, heraldisch designer, door Bernard Grothues
Verder als gebruikelijk de rubriek Op de keper beschouwd (met vragen en reactie van lezers).

Het Heraldisch Tijdschrift verschijnt vier keer per jaar. Een abonnement kost € 30,- per jaar (buitenland € 35,-). NGV-leden betalen slechts € 20,- per jaar. Email: w.vanzon@xs4all.nl

woensdag 22 april 2015

Herold-Jahrbuch, Neue Folge, jaarg. 19 (2014)

Onlangs verscheen de 19e jaargang (2014) van Herold-Jahrbuch, Neue Folge. In dit jaarboek van Der Herold, Verein für Heraldik, Genealogie und verwandte Wissenschaften zu Berlin staan de volgende artikelen:
  • Karl vom Stein zum Altenstein (1770-1840) - ein preussischer Kultusminister als Kunstsammler, door Ute Bednarz
  • Das grosse Siegel des Kardinals des Nikolaus von Kues (1401-1464), door Toni Diederich
  • Die Entwicklung heraldischer Normen im Heiligen Römischen Reich und in der Habsburgermonarchie, door Michael Göbl
  • Die Havelbergsche Wappengruppe, door Poul Graf von Holstein  (Over de oude toepassing van de combinatie van adelaarsvleugel en lelie.)
  • Zur Typologie der Wappenminiaturen, door Tomás Krejcik (Over de opbouw van heraldische composities op diploma's.)
  • "Und wenn es noch so falsch ist, so bleibt es doch unsere Tradition", door Harald Lönnecker (Over de heraldiek van Duitse studentenverenigingen.)
  • Die Beschränkung der Führungsbefugnis eines Familiesnwappens auf den Mannnesstam im Lichte der Gleichberechtigung zwischen Mann und Frau nach Art. 3 Abs. 2 Grundgezetz, door Martin Richau (Over heraldische ontwikkelingen rond overerfbaarheid van wapens na 1976.)
  • Von Georg Septimus Dieterichs (1690-1757) zu Ernst Landmann (1846-1926), door Gerhard Seibold (Over het historische ex libris in oude drukken.)

Leden van de Vereniging Herold ontvangen Herold-Jahrbuch en het kwartaalblad Der Herold gratis. Lidmaatschap kost € 48,- per jaar. Voor méér informatie: www.Herold-Verein.de

Zie ook de eerdere bijdragen over Der Herold in Heraldisch dossier@CBG.

maandag 30 maart 2015

Wapenboek van Vossemeer

Dit jaar heeft A.M. Bosters uit Voorburg het tweedelige typoscript Wapenboek van Vossemeer voltooid.
Het is geen wapenboek in de klassieke zin van het woord maar een tamelijk uitputtende studie naar de (familie)heraldiek en merken die binnen de grenzen van deze voormalige heerlijkheid (sinds 1410) voorkwamen. De ene helft van de heerlijkheid lag op het eiland Tholen en de andere zijde lag in Brabant. Beide delen waren gescheiden door de rivier de Eendracht en werden in 1809 de zelfstandige gemeenten Oud-Vossemeer (Zeeland) en Nieuw-Vossemeer (Brabant).

Bosters behandelt de ambachtsheren en -vrouwen, rentmeesters, secretarissen, baljuws, burgemeesters, schepenen, predikanten, hoevenaars en overige grondeigenaars. Van allen heeft hij - voor zover bekend - heraldische tekeningen en een goede bronvermelding gemaakt. De tekeningen (enkelen in kleur) moet men niet met een esthetische verwachting zien, maar als documentatie bij de wapenbeschrijvingen doen ze een prima dienst.

Het is heel aardig om heraldiek te bekijken vanuit een vaste plaats, net zoals men de families kan bestuderen die allemaal in de loop der eeuwen in één huis hebben gewoond. En dan is het voor zo'n op een grens gelegen plaats fascinerend om te letten op de invloeden uit Holland, Brabant en Zeeland door de eeuwen heen.

Het naslagwerk heeft een index en is ter inzage bij het Centraal Bureau voor Genealogie.

A.M. Bosters, Wapenboek van Vossemeer deel I en II, Voorburg 2015

maandag 16 maart 2015

Nijmeegse kwartieren in het geslacht Van Rijswijck

Vandaag werd aan het Centraal Bureau voor Genealogie een mooie kwartierstaat op perkament geschonken. De wapenkwartierstaat stamt ongeveer uit het midden van de zeventiende eeuw - dat is vooral te zien aan de voluptueuze stijl. Centraal staat het wapen Van Rijswijck, zijnde in zilver een geschuinde pijl, in het schildhoofd vergezeld van drie sterren, alles rood. Het wapen wordt omgeven door Rijswijck en Canis (linksboven, linksonder) en De Haert en Van den Bergh (rechtsboven, rechtsonder).

Het gaat om regeringsgeslachten die in en tussen Arnhem en Nijmegen leefden. De bekende Heilige Petrus Canis(ius) behoorde ook daartoe. Een mooie verwijzing werd aangetroffen in het Algemeen Nederlandsch Familieblad (Het Nijmeegsche geslacht Van Rijswyck, 1894, p. 32): 'Volgens de hierbij afgebeelde kwartierstaat, die op het perkament voorkomt en ook volgens beide officiële stukken was Gerardt van Rijswyck gehuwd met Margaretha Haert (Hartia), hun zoon Herman van Rijswijck huwde met Jacoba Canis, jongste dochter van Jacob Canis en van Wendelina van den Bergh'. Het wapen van de persoon die hier centraal staat is dus van één van hun zoons, te weten Gerrit (x Sibilla Willemsdochter Verheiden), Reinier (x Jacqueline Facúes) of Dirck van Rijswijck (x Gijsbertha van Appeltern). Het besproken perkament is overigens niet hetzelfde perkament dat hier afgebeeld is. Een oom van de probandus (dus één van de drie broers), Deryck van Rijswijck, zou in 1567 rentmeester van Nijmegen zijn geweest (zie ook website van Anton Riswick). Eind vijftiende eeuw zegelde al een Nijmeegse Dirick van Rijswijck met een enkele pijl (CBG, coll. Steenkamp-Damstra).

Als de veronderstelling klopt, is van de klassieke kwartierstaat (vaders kwartieren links, moeders kwartieren rechts) afgeweken en staan de voorvaderlijke kwartieren van vaderszijde boven en die van moederszijde onder. Maar hier moet even een slag om de arm gehouden worden, want de families Canis, Van Rijswijck, Haerdt en Van den Bergh zijn zeer vaak onderling met elkaar getouwd. Het gaat overduidelijk om een oligarchie.

De wapens zullen ook ingevoerd worden in de Heraldische DataBank.

De schepenzegels van Gorinchem 1326-1807


Er zijn in Gorinchem over de periode 1326-1807 maar liefst 1.169 zegels  te tellen. Een gedeelte daarvan, 503 stuks, is origineel. Daarvan is bijna 94% te herleiden tot een Gorinchemse schepen. Deze collectie wordt door B. de Keijzer en H. den Hertog vakkundig ingeleid en beschreven. In de inleiding benadrukken de heren nogmaals hoe belangrijk genealogie is in het vinden van een familiewapen en dat er tegenwoordig - al voordat er genealogische obstakels zijn geslecht - te snel gekozen wordt voor een nieuw wapen.

Typologische beschrijvingen kunnen tegenwoordig niet zonder een goede foto. Daarmee was het mogelijk om negen middeleeuwse hoofdtypen met verschillende sierlijsten van elkaar te onderscheiden. Deze zijn meestal voorzien van gotische drie- en vierpassen en variaties daarop. Na 1500 wordt het wapen steeds vaker gedekt door een helm met helmteken, vallen de persoonlijke breuktekens vaker weg en wordt het geheel steeds vaker omgeven door een kunstig gedrapeerde banderol met de naam van de zegelaar. In de tweede helft van de veertiende eeuw komen de enkelvoudige schildhouders op als decoratieve vlakvulling. Bij het zegel van Corstiaen Herberts (1475-1483, p. 76) staat een krijgsman zelfs centraal en houdt hij het wapen aan zijn (heraldisch) rechterzijde.
zegel Corstiaen Herberts, 15de eeuw

Deze bronbewerking is goed vormgegeven en in een eenvoudige paperback gehuld. De systematische beschrijvingen en de prachtige foto's nemen je mee langs de Gorinchemse schepenheraldiek, die exemplarisch is voor wat er verder in Holland op dat vlak gebeurde. Een dikke 9.

B. de Keijzer, H. den Hertog
De schepenzegels van Gorinchem 1326-1807
Uitgeverij Verloren Hilversum, 2015
ISBN 978-90-8704-503-6
€ 36,00

donderdag 12 maart 2015

Heraldicum Disputationes, jaargang 2015, nr 1

Inhoudsopgave van het eerste nummer van jaargang 2015 van Heraldicum Disputationes:
  • Oeps foutje!?(4): Het wapen van Rotselaar, door Marc van de Cruys. 
  • In memoriam Karel van de Sigtenhorst, door Cor Böhms
  • Elisabeth van Berchem (ca. 1622-1674), ambachtsvrouwe van Vossemeer en Endegeest, door A.M. Bosters
  • Afl. 18 in de reeks Heraldische Kunstenaars: Marcel Stiennon (1904-2000), door Marc Van de Cruys
  • Herkomst familiewapen van het Amsterdamse geslacht Backer, door H.K. Nagtehaal & H.M. Morien
  • De eerste adelbrieven verleend door Z.M. Filip, Koning der Belgen 2013-2014, door Paul De Win

Als gebruikelijk ook in dit nummer ingezonden brieven, mededelingen en signaleringen van nieuwe boeken in de afdeling Disputationes.

Uitgever: Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem (België)
Heraldicum Disputationes verschijnt vier keer per jaar.
Prijs: € 20,- per jaar, € 6,00 voor losse nummers (€ 7,50 voor Nederland.)
Zie http://users.telenet.be/homunculus/heraldiek.html

maandag 9 maart 2015

Collectie Van den Sigtenhorst geschonken aan het CBG


Karel van den Sigtenhorst, zelfportret 1952
Eind februari heeft het CBG een belangrijke schenking mogen ophalen bij de erven van heraldisch kunstenaar Karel van den Sigtenhorst (22 juli 1925- 20 nov. 2014). De relatie tussen Van den Sigtenhorst en het Centraal  Bureau voor Genealogie gaat terug tot de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen hij ging tekenen voor de serie Nederland’s Patriciaat. Er zijn nog veel van zijn werken in de collectie van het CBG terug te vinden. Hij was vermaard om zijn meesterlijke lijnenspel. Minder bekend is dat hij antiquiteiten verzamelde.

Deze collectie, die voor een aanzienlijk deel heraldisch is, zal hem ter documentatie ondersteund hebben. Het bevat onder meer documenten betreffende oude ridderorden en lakzegelstempels, variërend van de zeventiende tot en met de negentiende eeuw. Een apart belangwekkend stuk is een fragment van een achttiende-eeuws nobilitatieregister uit de Oostenrijkse Nederlanden. 

De hoofdmoot van de schenking wordt gevormd door 98 zegelstempels van verschillende materialen (hout, been, messing, staal, zilver), bijna allemaal nog uit de periode tot ca. 1850 toen zij nog een centrale rol speelden in de communicatie per post (nadien maakte de postzegel opgang). Deze deelcollectie is in uitstekende staat en op zijn beurt weer afkomstig uit de collectie van de Utrechtse heraldicus Klein, die ook ooit de heraldische fiche-verzameling van Steenkamp-Damstra aan het CBG verkocht. In de collectienaam Steenkamp-Damstra herkennen we de hand van kolonel Steenkamp, een bekende van Klein, en eveneens een vermaard tekenaar en leermeester van Van den Sigtenhorst. In de collectie is ook een inktstempel opgenomen van Marten Damstra, die het zijne toevoegde aan de collectie Steenkamp-Damstra, waaruit blijkt hoe klein de heraldische wereld was.

V.l.n.r., ongespiegeld: Jacobi, Pelgrom, Just de la Paisières, Meijer



















Inmiddels is de verzameling lakstempels gefotografeerd en zijn korte beschrijvingen gemaakt aan de hand van reeds bestaande labels. Deze zullen uiteindelijk allen opgenomen worden in de Heraldische Databank.

Over het leven en werk van Karel van den Sigtenhorst is door Mathilde Kors en Jos van den Borne een artikel geschreven in ons tijdschrift Genealogie, januari 1995 .