maandag 30 september 2013

Der Wappen-Löwe, nr. 18: het wapen Von Wittelsbach in Holland


Onder de titel 'Grundzüge der Wittelsbachischen Heraldik im Hennegau und in Holland' wordt het toelatingsstuk van heraldicus Claus D. Bleisteiner voor de Académie Internationale d'Héraldique voor het voetlicht gebracht. Het is een ode aan Bleistner (1940-2011) die zelf zijn eerste heraldische uren sleet in de Bayerische Staatsbibliothek. 47 pagina's besteedde hij aan de verschillende oude verschijningsvormen van wat veel mensen kennen als het zogenaamde Beieren-wapen.

De Wittelsbachs, een oud dynastengeslacht, heeft mede door toedoen van keizer Lodewijk de Beier (1282-1347) een enorm territoir opgebouwd waartoe ook Brandenburg, Tirol, Henegouwen-Holland en Zeeland gingen behoren. Daardoor is het bekende beeld met de blauw-zilveren 'Wecken' over grote delen van Europa verspreid geraakt in architectuur, memoriestukken, manuscripten en zegels. Grote delen van de Nederlanden kwamen aan de Wittelsbachs door het huwelijk van voornoemde Lodewijk met Margaretha van Avesnes (1324) die erfdochter was en deze goederen overdroeg op haar zoon Willem (III van Henegouwen, IV van Holland). Na een verdrag van 1353, splitse het rijk zich zodat Niederbayern-Straubing en Henegouwen-Holland in handen van Willems broer Albrecht terechtkwamen, zodat dit gebied vaak verkort Straubing-Holland werd genoemd.

Jacoba van Beieren (1401-1436)
De wapens van Holland en 'Henegouwen' die we vaak in gevierendeelde vorm tegenkomen gingen aldus een vierendeling aan met het wapen met de 'Wecken'. We kennen het vooral van Jacoba van Beieren. Grappig is dat het oorspronkelijke wapen van Henegouwen, in goud drie kepers, ooit was komen te vervallen toen Boudewijn, graaf van Vlaanderen en Henegouwen (1194 - 1205) op zijn ruiterzegel de volle leeuw van Vlaanderen ging voeren. Jacoba huwde verschillende Europese vorsten waaronder Jean, Dauphin van Frankrijk (st. 1417). Tijdens die huwelijken deelde ze haar wapen uiteraard weer met dat van haar echtgenoot.
Het doorwrochte artikel van Bleistener laat zien hoe dit wapen in zijn internationale context in allerlei varianten werd toegepast.

Der Wappenlöwe, 18. Band (Sonderband) München, 2013, ter inzage bij het CBG.


woensdag 11 september 2013

Limburgs wapen Van Caldenborg op kruik in Amersfoort

In het septembernummer van Kroniek, het historisch tijdschrift van Amersfoort, wordt door Evelyn Scheepsma een steengoed kruik uit 1620 besproken. Wat deze Amersfoortse bodemvondst uit 1987 interessant maakt, is dat één van de drie medaillons op de buik een heraldische boodschap bevat die niets met de stad van doen lijkt te hebben. Hoewel de kruik in scherven is aangetroffen, is het medaillon onaangetast en in de vakkundige reconstructie opgenomen. Het gestempelde wapen is volgens het randschrift van Guillaume van Caldenborch, 'Maieur de la ville et duché de Limbourch', zijnde gedeeld: I in zilver vier blauwe balken en een rode schildzoom met [11] gouden bezanten (V. Caldenborg); II drie vlammende harten. Het helmteken: het stamwapen tussen twee olifantstrompen.
Dergelijke wapenmedaillons waren niet uitzonderlijk in de 16de en 17de eeuw. Het gegeven dat deze in steengoed werden gestempeld, zegt iets over de oplage van heraldisch ceramiek in het bijzonder en de huishoudelijke alomtegenwoordigheid van heraldiek in het algemeen. De kruik is overigens vervaardigd in Raeren (B).

De Van Caldenborgs of  Van Caldenbergs worden al in de veertiende aangetroffen in en rondom Berg. Ze behoorden tot een statusgroep met grond en bestuursfuncties die deels, vanaf de zeventiende eeuw een adellijke glans kreeg en in de persoon van deze Guillaume van Caldenborch door koning Philips IV in 1629 geridderd werd. Guillaume was niet alleen schout voor het gehele hertogdom Limburg, hij was ook heer van Groules, Bougnoux, Beuck, Frambach, Salomé, Susterzeel en Herve. Uiteindelijk schopte hij het tot kanselier van Brabant. Hij stierf in 1648 op zijn kasteel Crèvecoeur in de gemeente Battice.

Kroniek, Tijdschrift Historisch Amersfoort
jrg. 15, nr. 3, september 2013
www.historisch-amersfoort.nl




maandag 9 september 2013

Het (bij)wapen van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap

Over de manier waarop wapens gestalte krijgen, bestaan conventies. Maar net als bij taal bestaan er zo nu en dan uitzonderingen die de regel bevestigen. In de heraldiek zijn er wapens waarin er een uitzondering wordt gemaakt op de kleurregel (kleur op kleur, metaal op metaal) of de conventies rond de wapencompositie. Men kan dan denken aan extra schildhouders (3 in plaats van 2) of een schildhouder die tegelijk de helm en helmteken op zijn hoofd heeft, of waarbij het helmteken doorloopt in de stoffering van de helm, zoals bij het oude wapen van Kleef (een stierenkop en -hals waarbij de bek het helmvizier vormt).
Een in Nederland tamelijk zeldzame compostie, die daarmee nog niet onheraldisch is, is de configuratie van een schild en een bijschild. Het grote wapen is dan het hoofdelement en het bijwapen (om het zo maar even te noemen) verbeeldt een territorium, rechten of een vorst waarmee het hoofdwapen verbonden is.
Het wapen van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, dat men de koepelorganisatie kan noemen van tientallen Joodse Gemeenten in den lande, heeft sinds 1817 zo'n wapen met bijschild. Voor de betekenis en geschiedenis van dit wapen, dat ter gelegenheid van haar aanstaande 200-jarig jubileum (1814-2014) is hertekend door heraldisch tekenaar Piet Bultsma, verwijzen we graag naar het stuk van Ruben Vis op de website van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK).

Bijschilden verschijnen soms op de arabesk waarop de schildhouders staan, bijvoorbeeld bij een hoogadelllijke familie om uiting te geven aan (voormalig) bezit of - zoals in Engeland - aan onderlinge relaties tussen bisschoppen en diocesen (Heraldisch Tijdschrift, 2013-3, p. 93) Soms gebeurt het in de vorm van een kroon die opgebouwd is uit wapens van voormalige territoria die binnen een nieuwe (deel)staat liggen zoals de voormalige Duitse federale staat Wuerttenberg-Baden. Ook het geschaakte wapen van de Republiek Kroatië (1990) laat zo'n wapenkroon zien, maar dan gaat het om een politiek (en dus) heraldisch compromis (in die regio vinden we overigens al in de achttiende eeuw antieke kronen, waarvan de driehoekige punten beladen zijn met heraldische figuurtjes).
Dit bijschild, dat een gewoon onderdeel is van het wapen, moeten we toch wel zien in de sfeer van de heraldische uitzonderingen die gerelateerd zijn aan een vorst, in dit geval Willem I. Het Koninklijke- of Rijkswapen dat als bijwapen gevoerd wordt, is het wapen van Nederland zonder schildhouders. Het gaat om het toenmalige wapen in het klein zoals in 1817 gold, dus nog met de leeuw die de koningskroon draagt (met beugels, etc.). Van achter de compositie is een tweetal afhangende linten te zien, die we kennelijk gewoon decoratief moeten opvatten. Al eeuwen geven vorsten aan particulieren of instellingen toestemming om hun hun wapen met het vorstelijk wapen te vermeerderen, maar dat is dan vaak in de vorm van een schildhoofd of een vrijkwartier; in het schild dus. In Italië is bijvoorbeeld de zogenaamde capo dell'impero erg bekend en populair geweest. Het separaat afbeelden van het vorstelijk wapen als bijschild is in Nederland in ieder geval een unicum.
Het wapen van Wuerttemberg-Baden (Von Volborth, 1981)
Het wapen van de stad Essen (D), sinds 1623 vermeerderd met de Keizerlijke adelaar (Von Volborth, 1981)


donderdag 5 september 2013

Heraldicum Disputationes, jaargang 2013, nr 3

Inhoudsopgave van het derde nummer van jaargang 2013 van Heraldicum Disputationes:
  • Wapens op gebouwen in schilderijen van Jacques Daret en Hendrik Avercamp, door Anton Zeven
  • Heraldische rouwgebruiken bij de begrafenis van Maria Gabriele de Lalaing (1634-1709), door Stefan Crick
  • Nog een wapenattestatie, door Marc Van de Cruys (Noot: Betreft wapenattestatie voor Jan van Eelen, Duinkerke 1671)
  • Paus Johannes Paulus II: een opdrachtgever met wensen, door Hans van Heijningen
  • Het wapen van Ullens-Verbiest in de Antwerpse kathedraal. (Oeps, foutje 3), door Marc Van de Cruys
  • Afl. 16 in de reeks over Heraldische kunstenaars: Cor Böhms, door Marc Van de Cruys

Verder uiteraard ingezonden brieven en mededelingen in de afdeling Disputationes en signalering van nieuwe boeken.

Uitgever: Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem (België)
Heraldicum Disputationes verschijnt vier keer per jaar.
Prijs: € 20,- per jaar, € 6,00 voor losse nummers (€ 7,50 voor Nederland.)
Zie http://users.telenet.be/homunculus/heraldiek.html