maandag 9 september 2013

Het (bij)wapen van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap

Over de manier waarop wapens gestalte krijgen, bestaan conventies. Maar net als bij taal bestaan er zo nu en dan uitzonderingen die de regel bevestigen. In de heraldiek zijn er wapens waarin er een uitzondering wordt gemaakt op de kleurregel (kleur op kleur, metaal op metaal) of de conventies rond de wapencompositie. Men kan dan denken aan extra schildhouders (3 in plaats van 2) of een schildhouder die tegelijk de helm en helmteken op zijn hoofd heeft, of waarbij het helmteken doorloopt in de stoffering van de helm, zoals bij het oude wapen van Kleef (een stierenkop en -hals waarbij de bek het helmvizier vormt).
Een in Nederland tamelijk zeldzame compostie, die daarmee nog niet onheraldisch is, is de configuratie van een schild en een bijschild. Het grote wapen is dan het hoofdelement en het bijwapen (om het zo maar even te noemen) verbeeldt een territorium, rechten of een vorst waarmee het hoofdwapen verbonden is.
Het wapen van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, dat men de koepelorganisatie kan noemen van tientallen Joodse Gemeenten in den lande, heeft sinds 1817 zo'n wapen met bijschild. Voor de betekenis en geschiedenis van dit wapen, dat ter gelegenheid van haar aanstaande 200-jarig jubileum (1814-2014) is hertekend door heraldisch tekenaar Piet Bultsma, verwijzen we graag naar het stuk van Ruben Vis op de website van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK).

Bijschilden verschijnen soms op de arabesk waarop de schildhouders staan, bijvoorbeeld bij een hoogadelllijke familie om uiting te geven aan (voormalig) bezit of - zoals in Engeland - aan onderlinge relaties tussen bisschoppen en diocesen (Heraldisch Tijdschrift, 2013-3, p. 93) Soms gebeurt het in de vorm van een kroon die opgebouwd is uit wapens van voormalige territoria die binnen een nieuwe (deel)staat liggen zoals de voormalige Duitse federale staat Wuerttenberg-Baden. Ook het geschaakte wapen van de Republiek Kroatië (1990) laat zo'n wapenkroon zien, maar dan gaat het om een politiek (en dus) heraldisch compromis (in die regio vinden we overigens al in de achttiende eeuw antieke kronen, waarvan de driehoekige punten beladen zijn met heraldische figuurtjes).
Dit bijschild, dat een gewoon onderdeel is van het wapen, moeten we toch wel zien in de sfeer van de heraldische uitzonderingen die gerelateerd zijn aan een vorst, in dit geval Willem I. Het Koninklijke- of Rijkswapen dat als bijwapen gevoerd wordt, is het wapen van Nederland zonder schildhouders. Het gaat om het toenmalige wapen in het klein zoals in 1817 gold, dus nog met de leeuw die de koningskroon draagt (met beugels, etc.). Van achter de compositie is een tweetal afhangende linten te zien, die we kennelijk gewoon decoratief moeten opvatten. Al eeuwen geven vorsten aan particulieren of instellingen toestemming om hun hun wapen met het vorstelijk wapen te vermeerderen, maar dat is dan vaak in de vorm van een schildhoofd of een vrijkwartier; in het schild dus. In Italië is bijvoorbeeld de zogenaamde capo dell'impero erg bekend en populair geweest. Het separaat afbeelden van het vorstelijk wapen als bijschild is in Nederland in ieder geval een unicum.
Het wapen van Wuerttemberg-Baden (Von Volborth, 1981)
Het wapen van de stad Essen (D), sinds 1623 vermeerderd met de Keizerlijke adelaar (Von Volborth, 1981)


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen