maandag 8 oktober 2012


Met het mes op tafel: Frederik van Dorp

door Guus van Breugel

In het laatste nummer van het fraaie tijdschrift Vind - een jong blad over geschiedenis, archeologie, kunst en antiek – is door Sebastiaan Ostkamp een pagina gewijd aan een buxushouten foedraal.  Oudtestamentische voorstellingen, zoals Mozes die op de berg de stenen tafelen overhandigd krijgt, versieren de voorzijde. Het object is zestiende-eeuws  en heel duidelijk bedoeld om de status van de drager, een persoon uit de adellijke Hollandse familie Van Dorp, te veruiterlijken. Het persoonlijke aspect is verwerkt op de achterzijde van de foedraal.  Vrijwel onzichtbaar zou men zeggen, maar zeer waarschijnlijk werd dit prachtstuk tijdens het eten subtiel door de eigenaar op de tafel gelegd, waardoor disgenoten ook via het wapen op de achterzijde duidelijk konden zien wie hij was.

de foedraal van drie kanten (foto: W. Lensink, coll. Ron Meerman)



















Van wie is de messchede precies geweest? Het heraldisch gedeelte is een typisch zestiende-eeuws arrangement met wat Ostkamp een minnestrik (liefdeknoop) noemt. Maar veeleer is het  een decoratief koord dat in lissen en een tweetal kwasten als beëindiging onder het wapen doorloopt. Liefdeknopen zien we vooral bij wapens van vrouwen of alliantiewapens, met daarin de bekende knopen en krakeling-motieven. Het daaronder geplaatste (persoonlijke?) devies Faire et Taire, ‘doen en zwijgen’, is een typisch humanistische uiting die men van de honnête homme,  een edel en eervol man van de wereld, mag verwachten. Het wapen Van Dorp zelf is gevierendeeld: in I en IV een balk en in III en IV drie leeuwenkopjes. In kleurenweergave zouden de balken rood op goud zijn en de leeuwenkopjes zilver op zwart. Het hartschild toont drie sint-Andrieskruisjes.

het wapen Dorp op de achterzijde
Het element met de dwarsbalk is al heel oud en komt al voor op het waszegel een van Vranc van Dorp, schepen van Delft in 1402 (overigens niet van dezelfde familie als de het hier beschreven geslacht). De leeuwenkoppen staan voor de naam Uytterlier zoals de Van Dorp’s  vroeger geheten zouden hebben, voordat zij de ambachtsheerlijkheid Dorp in bezit kregen (verleibrief d.d. 1412).  Nadien werd het ‘Uytterlier van Dorp’ en werd het familie- of heerlijkheidswapen  van Dorp  (in rood een gouden balk) met het geslachtswapen Uytterlier gevierendeeld.  Zoals vaker, ging de stamnaam verloren en ging de familie zich naar haar bezit Van Dorp noemen, maar met aanhouding van het gevierendeelde wapen.
Traditioneel worden hartschilden gezien als het element waarop een heerlijkheidswapen wordt weergegeven. Geen enkele heerlijkheid die de Van Dorps in bezit hadden of kregen vertoonde de drie schuin- of Sint Andrieskruisjes. Daarom ligt het antwoord ligt in de genealogie. Adellijke families hadden in de zestiende eeuw soms nog de gewoonte om hun positie binnen de familieorde te veruiterlijken doormiddel van een heraldische breuk. In sommige regio’s vierendeelden jongere zoons soms het vaderlijk wapen met dat van hun moeder (overigens zonder dat het ging om een situatie van naamsverandering, zoals dat in de moderne heraldiek te doen gebruikelijk is).

Een hint krijgen we als we de volgende passage van J.W. Verburgt (1927) erbij halen: ‘zeer belangrijk voor deze genealogie is het wapen van Adriaen van Dorp [de vader van voorschreven Arent, red.]. Het is gevierendeeld; 1 en 4: drie roodgetongde leeuwenkoppen van zilver op een veld van sabel; het wapen van de UYTTERLIERS 2 en 3 een leeuw van sabel met gouden kroon, tong en klauwen op een veld van zilver, het wapen van ALCKEMADE; met een hartschild, bestaande uit drie roode Sint Andrieskruisjes, geplaatst 2 en 1 op een veld van goud.
In dit hartschild, afkomende van ELISABETH van ALMONDE, de moeder van Adriaan, ligt de verbinding met de andere familie Van DORP, die hiervan afstam [sic] en hierna behandeld wordt. De vier kwartieren van ADRIAEN van DORP zijn: van DORP [gevierendeeld, red.] met het wapen van UYTTERLIER, ALMONDE, ALCKEMADE en SAEYT.

het wapen Dorp zoals het in de Kloosterkerk in 's-Gravenhage voorkwam, manuscript v.d. Schelling, coll. CBG, links boven het midden het wapen Almonde, rechtsboven (bijna identiek) het wapen Wyburgh.


Het bewuste hartschild zien we ook op de palmhouten messchede. Maar is het wel het wapen van Almonde?  Adriaen wordt immers gezegd een ander wapen te hebben gevoerd als dat wat op de foedraal staat. Ook hoorde hij tot een oudere generatie die qua periode een dergelijke schede nooit als huwelijksgeschenk gekregen kan hebben. Wel huwde hij een Josina of Johanna van Wyburgh, wier familiewapen drie blauwe schuinkruisjes op goud was en dat, evengoed als het kwartier Van Almonde (drie rode schuinkruisjes op goud) een kandidaat is.
Een andere gevierendeelde versie (‘ balken en leeuwenkoppen’ ) die overeenkomt met de oude Uytterlier x Van Dorp-combinatie, maar dan met de leeuwenkoppen in kartier I en IV, is gevoerd door de bekende Arent van Dorp, heer van Teemsche, Maasdam en Middelharnis  (ca. 1530-1600). Deze latere partijgenoot van de Prins van Oranje werd gezegd zichzelf  te verrijken om zo zijn verarmde familie naar de kern van de adellijke macht te trekken. Nou was Arent wel drost van Zevenbergen - een plaats die ook een wapen met drie schuinkruisjes had - , maar om dan het wapen van die plaats als hartschild op te nemen zou wel heel aanmatigend en incorrect zijn. Hij heeft het dan ook nooit gevoerd en valt af als potentiële opdrachtgever.

Voor de schede komen mijns inziens Philips of diens zoon Frederik van Dorp meer in aanmerking. Van Philips wordt echter gezegd dat hij uitweek naar het graafschap Emden. Het zou voor Philips logisch zijn dat hij als jongere zoon op zijn beurt het wapen (‘leeuwenkoppen en balken’ ) in het schildhart belegde met het wapen van zijn moeder Van Wyburgh (in plaats van Almonde) omdat dit zijn plaats binnen de familieorde verduidelijkt. Vaak kwamen heraldische toevoegingen n.a. v. (over)grootmoeders weer in volgende generaties te vervallen.  Maar van Frederik van Dorp - dus kleinzoon van Adriaen - is bekend dat hij in 1583 trouwde met Anna Schets, het moment dat de foedraal gemaakt kan zijn, én daadwerkelijk ambachtsheer van Dorp was.  In verband met die positie zou het heel logisch zijn om de kwartieren te verwisselen en het oorspronkelijke wapen van de heerlijkheid Dorp (de gouden balk op rood) in een voorrangspositie te schuiven in het voordeel van het oude wapen Uytterlier (leeuwenkoppen). Om het wapen een teken van een familierechtelijke positie te laten zijn en deze familielijn aan te duiden is het logisch om nog wel het hartschild van zijn grootmoeder (Wyburgh)- , maar niet van zijn óvergrootmoeder (Almonde) aan te houden.
Mogelijk komen nog meer zoons binnen de familie Van Dorp in aanmerking als eigenaar van de foedraal, maar voorlopig is Frederik favoriet. In dat geval zal het wapen mogelijk te blazoeneren zijn als: in I en IV in rood een gouden balk (ambachtsheerlijkheid Dorp), in III en IV in zwart drie zilveren leeuwenkoppen (Uytterlier van Dorp); en een gouden hartschild met drie blauwe(?) Sint Andrieskruisjes (Van Wyburgh?). Helmteken: een leeuwenkop van het schild.

Frederik van Dorp, ambachtsheer van Dorp, gravure 17de eeuw, coll. Legermuseum Delft
Frederik van Dorp (ca. 1547-1612) was aanwezig bij
de slag bij Heiligerlee (1568);
de slag bij Roemerswaal en het ontzet van Leiden (1574);
belegering van Maastricht (1579);
de innames van Aalst (1582), Brussel (1585) en Breda (1590).
In 1586 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en in 1596 kreeg hij van de Franse koning Hendrik IV een gouden keten als dank voor zijn militaire bijstand.

Met recht kunnen wij zeggen dat Frederik in zijn rol als militair meer dan eens ‘ met het mes op tafel’ gehandeld heeft.

Het blad Vind (Nr. 07, 2012, € 6,95) is verkrijgbaar in iedere goede boekhandel.



Litt. Gedeeltelijke genealogie Van Dorp,  J.W. Verburgt, Leiden, 1927, coll. CBG: G/-/port/1722

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen