maandag 12 maart 2012

Een wapen op een wapen (op een wapen)

De collectie gevestwapens van het Legermuseum in Delft omspant duizenden zwaarden, sabels, dolken en ander slag- en steekgerei. Tijdens de projectregistratie van rond 2002-2006 zijn zeer veel van deze gevestwapens diepgaand geregistreerd. Ze varieren van bronzen dolken uit de Oudheid (Luristan) tot en met 20ste-eeuwse ceremoniele sabels. Soms uiterst eenvoudig, bijna home-made, maar zeer vaak ook van zeer exclusief smeedwerk in opdracht. Prachtige geblauwde en vergulde, bijna halfcirkelvormige gebogen klingen voor officieren van de lichte cavalerie; oogverblindende zilveren of in shakudo-techniek gemaakte gevesten van hartsvangers en herendegens; pamor-klingen die ten geschenke van de Sultan van Sumanap meekwamen...Maar nergens is ooit een familiewapen op aangetroffen.


Totdat conservator Mathieu Willemsen van het Legermuseum ons vandaag attendeerde op een bijzondere houwer. De naam houwer verraadt al de manier waarop hij gehanteerd wordt. Als prélude op de houwer komen we al in de Middeleeuwen eeuw de Falchion tegen, een wapen van Perzische ('scimitar') of Chinese ('dao') oorsprong dat via Italië Europa binnendrong. In de Tachtigjarige oorlog zou de houwer een geducht wapen worden in de handen van de min of meer ongetrainde soldaat, voor correct schermen had je immers een rapier en schermles nodig. Het gevest (handgedeelte) van deze houwer heeft het model van een sabel, een wapen met eenzelfde mysterieuze oosterse oorsprong en eveneens bedoeld om mee te slaan.

Het wapen is volgens het etswerk op de kling vervaardigd in opdracht van Cornelis Albert Adriaan van Olden Barnevelt. Links van deze naam staat zijn gevierendeelde blazoen. U zult hem tevergeefs zoeken in de genealogie zoals opgegeven in Nederland's Adelsboek 2000-2001, maar via de familiedossiers van het CBG konden we hem snel terugvinden. Zijn voorouders heetten aanvankelijk ook Tullingh waardoor de naam Van Oldenbarneveldt genaamd Tulling ontstond. Later kwam er daar voor verwanten in 1745 ook nog eens de naam Witte bij (Van Oldenbarneveldt genaamd Witte Tullingh). Cornelis Albert Adriaan ( ged. 's-Gravenhage 13 aug. 1769) was de zoon van Johan Gerard van Oldenbarneveldt genaamd Tullingh, fiscaal (een hoge belastingambtenaar) van de Generaliteit. Hij was in zijn hoedanigheid van meester in de rechten auditeur-militair, dus openbaar aanklager van een militaire krijgsraad. Daarnaast was hij lid van de Raad van Justitie te Batavia. Na een huwelijk in 1795 met Catharina Johanna van Hoogewerff trouwde hij in 1799 met zijn nicht Henrica Maria Margaretha van Oldenbarneveldt genaamd Tullingh. Die naam Tullingh heeft hij zelf ook wel gevoerd, al staat dat niet op de kling van de houwer. Aardig is dat op het wapen op de kling -het kwartier Tullingh - wederom een wapen staat. Op onderstaande afbeelding staat zelfs een houwer!

De grondlegger van Nederland's Adelsboek, W.J.J.C. Bijleveld, noemt de Van Oldenbarneveldts waarschijnlijk een tak van het geslacht "dat tot den kleinen Veluwschen adel behoorde", iets waar we in de latere historische reeks van het Nederland's Adelsboek niets van terugzien.

Bij welke gelegenheden Van Oldenbarneveldt met dit kloeke wapen met zijn wapen heeft rondgelopen is nog wat onduidelijk. In de rechtbank en bij officiele gelegenheden zou men eerder een herendegen dragen. Er is behalve zijn rol als auditeur-militair vooralsnog geen verdere militaire loopbaan bekend.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen