donderdag 28 juli 2011

Eerste registerwapen 40 jaar geleden ingeschreven



Dit jaar bestaat het wapenregister van het CBG 40 jaar. Op 28 juli 1971 werd als eerste het wapen Giulini di Giulino geregistreerd. De familie was oorspronkelijk uit Italië afkomstig. Aanvrager George Karl Wilhelm Mario Giulini di Giulino (1888-1976) was via de Duitse vestiging van het familiebedrijf, een machinefabriek, in Den Haag terechtgekomen. Daar was hij koopman in machineonderdelen en trouwde hij met een Nederlandse vrouw. Hun kinderen werden alle vier in Den Haag geboren. Weliswaar vertrokken de zonen en dochters op den duur naar het buitenland, maar de aanvrager vond het toch de moeite waard om het bestaande familiewapen bij het CBG te laten inschrijven. Hij was net 83 jaar geworden toen het wapencertificaat naar hem werd opgestuurd. Opvallend is dat de familie uit oude Lombardische adel stamt en de titel van graaf mocht voeren. Ze waren al in het begin van de veertiende eeuw gegoed rond het Comomeer en hun familiehuis, een enorm stately home in barokke neo-klassieke stijl, staat daar nog steeds in het plaatsje Lazaggo, nu onderdeel van de stad Como. De eerste inschrijving in het juist voor burgers bedoelde register betrof dus een tot een in de middeleeuwen teruggaand adellijk familiewapen.

Inmiddels zijn er ruim 1150 wapens geregistreerd bij het CBG: bijna 400 bestaande en circa 750 nieuwe. Dat houdt in dat elk jaar tussen de 20 en 30 families hun teruggevonden of, als dat niet het geval was, nieuw ontworpen familiewapen bij ons hebben laten vastleggen. Het is inmiddels een respectabele verzameling en, als je het allemaal bij elkaar ziet, een zeer kleurrijk geheel. Nog steeds komen er gemiddeld 2 tot 3 aanvragen per maand binnen en kunnen we zo tussen de 24 en 28 wapens per jaar inschrijven. Dat gebeurt tot en met dit jaar in het Jaarboek van het CBG, maar vanaf september zullen de wapens van het lopende jaar in ons kwartaalblad Genealogie gepubliceerd worden.

dinsdag 26 juli 2011

Herontdekking heraldische collectie CBG

Onlangs is bij het CBG een vergeten heraldische collectie boven water gekomen. Het gaat om enige honderden heraldische tekeningen en prenten van goede kwaliteit, stammend vanaf het eind van de zestiende eeuw tot en met de jaren dertig van de twintigste eeuw. Omdat men tientallen jaren geleden geen automatisering kende, ontsloot men gemakshalve de collectie op familienaam en raakte de oorspronkelijke context verstoord.

Familiewapen Fassijn
Medewerkers van het Centraal Bureau voor Genealogie proberen op dit moment te achterhalen wie de tekenaars en collectievormers zijn geweest, want het is duidelijk dat hier oudere deelcollecties bijeen zijn gebracht. Soms zijn het echte goede tekenaars, zoals Lion en Van Leeuwen, wier werk werd gekopieerd door een lithograaf ten behoeve van het beroemde werk Stam- en Wapenboek van aanzienlijke Nederlandsche Familiën (A.A. Vorsterman van Oijen,1885). Soms zijn het mindere goden, maar dat aspect wordt vaak ruimschoots gecompenseerd door een hoge ouderdom van het werk.

De bedoeling is dat het materiaal wordt geïmporteerd in de Heraldische Databank.

maandag 18 juli 2011

CBG zevenduizend lakafdrukken rijker

door Guus van Breugel

Naar aanleiding van het artikel 'Wapens in goud en steen' in ons tijdschrift Genealogie (Jaargang 2009, nummer 2) werden wij benaderd door oud-graveur Hans de Vries. De Vries hoort tot het selecte gezelschap der edelsteengraveurs, in Nederland een uitstervend beroep. Zijn bedrijfsarchief, bestaand uit ongeveer 7000 overwegend heraldische lakafdrukken, wilde hij - vanwege het familiehistiorische karakter - overdragen aan het CBG.


Collectie de Vries
De acquisitie betreft duizenden lakafdrukken die de Vries in de tweede helft van de twintigste eeuw maakte en vormt een aangename aanvulling op oudere lakafdruk-verzamelingen van het CBG met een negentiende-eeuwse kern. De afdrukken geven een representatief beeld van wie na de oorlog er een ring liet graveren, want namen, adressen en juweliersgegevens zijn bewaard gebleven. Veel 'oude' en 'bekende' families zijn onmiddelijk herkenbaar (vaak in series tegelijk "voor de kinderen") in het nette handschrift dat De Vries met een volgnummertje onder zijn afdrukken plaatste. Het werkte als een soort geheugensteun waar het CBG in de huidige archiefbewerking zijn voordeel mee doet.
Vanaf de jaren zestig kwamen meer en meer nieuw ontworpen wapens voorbij. Soms mag men twijfelen aan de integriteit van de opdrachtgever, die op grond van een naamsovereenkomst het wapen van een oud-adellijk geslacht usurpeerde. Van andere wapens mag men afvragen in hoeverre ze een traditie zijn gaan vormen en ter plekke zijn bedacht om indruk te maken op anderen. Nee, dan maar de oprechtheid van iemand die een monogram liet graveren of de naam van zijn lieve "Corrie", schuin over het zegelveld!
Het is niet aan de graveur om genealogisch onderzoek te doen of te beoordelen of iemand recht had op een bepaald wapen. Veel eerder ligt dit bij de juwelier. De ene was doortastend en de ander minder. Sommigen, zoals juwelier Backers in Den Haag (later een grote opdrachtgever van De Vries) hadden en hebben echte expertise in het wapenontwerp en genealogie. Andere gerenommeerde juweliers die we in De Vries' administratie veelvuldig tegenkomen zijn de filialen van Van Kempen en Begeer (of Begeer en Van Kempen, zoals het toentertijd heette) en Lucardi.


Detail Collectie de Vries
 Vanaf het eind van de jaren veertig was de nu 82-jarige De Vries actief bij de in Amsterdam gevestigde firma Pasternik, die meerdere graveurs telde. Behalve het in Nederland bekende graveren in steen, was er nog een medewerker die heraldische voorstellingen in bergkristal overbracht en deze met één haartje inkleurde, de vingernagel van deze medewerker fungeerde als palet. Het resultaat was dan een wapen in reliëf, als het ware ingesloten in een transparante halve bol; ideaal voor broches en damesringen.
Na deze intensieve leertijd waarbij hij vele kneepjes van het vak leerde, startte De Vries voor zichzelf. De werkdagen begonnen dan meestal om negen uur 's morgens en werden in de loop van de dag na het eten afgerond. Het atelier, in Egmond aan den Hoef, kijkt uit over de bollenvelden en tegen de duinen, maar De Vries liet zich daar niet door afleiden: met 9 á 10 uur noeste arbeid was een wapen dan af, afhankelijk van de complexiteit. "Ik had met het blote oog beter zicht dan later met een loep...typisch hè?", aldus de graveur. Als je van dichtbij met een vergrootglas deze afdrukken bekijkt, lijkt dat haast onmogelijk.

De reden dat het vak in Nederland na zo'n 100 jaar op uitsterven staat, heeft enerzijds te maken met een traditie die deels gestoeld is op de winning van grondstoffen. Die is er gewoon niet in Nederland, daarvoor moet men in Duitsland (Idar Oberstein) en in Tjechië zijn. Centraal Europa heeft altijd al iets gehad met dit soort geraffineerde nijverheid in glas, edelstenen en kristal. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de firma Pasternik, die het vak in wezen naar dit deel van West-Europa bracht, uit die hoek komt! Daarnaast is voor een edelsteengraveur, die dagelijks temidden van zijn 'wieltjes' (freesjes) zijn productie in de gaten moet houden, het opleiden van een pupil een behoorlijke belasting. Er moeten veel, heel veel vlieguren gemaakt worden voordat dit rendeert. Bijna iedere edelsteengraveur heeft eens met dit dilemma gezeten, maar je moet reëel zijn. Uit zuiver idealisme het vak in Nederland levend houden is niet interessant. Het is dan eenvoudiger om voor een paar orders je Duitse contacten in Idar Oberstein op te bellen, want daar leven er hele gezinnen van...

Op dit moment worden de lakafdrukken door een vrijwilliger gefotografeerd en beschreven om het uiteindelijk in de loop van volgend jaar via Internet te kunnen ontsluiten via de lakzegel-databank.

vrijdag 8 juli 2011

Heraldisch Tijdschrift, jaargang 2011, nr. 2

In het tweede nummer van de jaargang 2011 van het Heraldisch Tijdschrift, de periodiek van de Afdeling Heraldiek van de Nederlandse Genealogische Vereniging, de volgende artikelen:

  • In de serie 'hedendaagse heraldische kunstenaars': René Vroomen, portret van een Limburgse heraldicus, door Bernard Grothues. (Zie ook onderstaand chronogram.)
  • Overheidsheraldiek (6), door J.A. de Boo, o.a. gewijd aan de nieuwe wapens van Aalten en Roerdalen.
  • Signet van Frederik Gijsbert van Dedem; een wapen in rococostijl, door N.J.M. Biezen
  • Een wapen voor de nieuwe gemeente Oldambt, door Ir. A. Daae
  • Hoe de kerk verdween uit Oldambt, door J.A. de Boo
  • Twee heraldische stoeppalen in de tuin van het Stadsmuseum van Harderwijk, door Anton C. Zeven
  • De kroon van de Schotse Lord Lyon King of Arms, door Ir. A. Daae
  • Div. rubrieken, waaronder 'Boekbesprekingen' en  'Op de keper beschouwd', met vragen en reacties van lezers.
Heraldisch Tijdschrift verschijnt vier keer per jaar. Een abonnement kost € 15,- per jaar. Email: w.van.zon@hccnet.nl

woensdag 6 juli 2011

De moeder aller wapens ...

Eind 2010 verscheen het artikel "Die Mutter aller Wappen" van Arnold Rabbow in het Herold-Jahrbuch
In Le Parchemin van mei-juni 2011 (jaargang 76) staat een Franse vertaling van Roger Harmignies onder de titel La mère de tous les blasons. De zogenaamde moeder aller wapens zou het wapen van een vrouw zijn geweest: Isabella van Vermandois (1085-1131).  

In Heraldisch dossier @CBG hebben we hieraan in januari van dit jaar een uitgebreide bijdrage besteed.

Le Parchemin wordt uitgegeven door Office Généalogique et Héraldique de Belgique (OGHB) en verschijnt 6 keer per jaar. Een abonnement kost € 48,- voor landen buiten België. Losse nummer (buitenland) kosten € 13,58 incl. verzendkosten.