maandag 18 juli 2011

CBG zevenduizend lakafdrukken rijker

door Guus van Breugel

Naar aanleiding van het artikel 'Wapens in goud en steen' in ons tijdschrift Genealogie (Jaargang 2009, nummer 2) werden wij benaderd door oud-graveur Hans de Vries. De Vries hoort tot het selecte gezelschap der edelsteengraveurs, in Nederland een uitstervend beroep. Zijn bedrijfsarchief, bestaand uit ongeveer 7000 overwegend heraldische lakafdrukken, wilde hij - vanwege het familiehistiorische karakter - overdragen aan het CBG.


Collectie de Vries
De acquisitie betreft duizenden lakafdrukken die de Vries in de tweede helft van de twintigste eeuw maakte en vormt een aangename aanvulling op oudere lakafdruk-verzamelingen van het CBG met een negentiende-eeuwse kern. De afdrukken geven een representatief beeld van wie na de oorlog er een ring liet graveren, want namen, adressen en juweliersgegevens zijn bewaard gebleven. Veel 'oude' en 'bekende' families zijn onmiddelijk herkenbaar (vaak in series tegelijk "voor de kinderen") in het nette handschrift dat De Vries met een volgnummertje onder zijn afdrukken plaatste. Het werkte als een soort geheugensteun waar het CBG in de huidige archiefbewerking zijn voordeel mee doet.
Vanaf de jaren zestig kwamen meer en meer nieuw ontworpen wapens voorbij. Soms mag men twijfelen aan de integriteit van de opdrachtgever, die op grond van een naamsovereenkomst het wapen van een oud-adellijk geslacht usurpeerde. Van andere wapens mag men afvragen in hoeverre ze een traditie zijn gaan vormen en ter plekke zijn bedacht om indruk te maken op anderen. Nee, dan maar de oprechtheid van iemand die een monogram liet graveren of de naam van zijn lieve "Corrie", schuin over het zegelveld!
Het is niet aan de graveur om genealogisch onderzoek te doen of te beoordelen of iemand recht had op een bepaald wapen. Veel eerder ligt dit bij de juwelier. De ene was doortastend en de ander minder. Sommigen, zoals juwelier Backers in Den Haag (later een grote opdrachtgever van De Vries) hadden en hebben echte expertise in het wapenontwerp en genealogie. Andere gerenommeerde juweliers die we in De Vries' administratie veelvuldig tegenkomen zijn de filialen van Van Kempen en Begeer (of Begeer en Van Kempen, zoals het toentertijd heette) en Lucardi.


Detail Collectie de Vries
 Vanaf het eind van de jaren veertig was de nu 82-jarige De Vries actief bij de in Amsterdam gevestigde firma Pasternik, die meerdere graveurs telde. Behalve het in Nederland bekende graveren in steen, was er nog een medewerker die heraldische voorstellingen in bergkristal overbracht en deze met één haartje inkleurde, de vingernagel van deze medewerker fungeerde als palet. Het resultaat was dan een wapen in reliëf, als het ware ingesloten in een transparante halve bol; ideaal voor broches en damesringen.
Na deze intensieve leertijd waarbij hij vele kneepjes van het vak leerde, startte De Vries voor zichzelf. De werkdagen begonnen dan meestal om negen uur 's morgens en werden in de loop van de dag na het eten afgerond. Het atelier, in Egmond aan den Hoef, kijkt uit over de bollenvelden en tegen de duinen, maar De Vries liet zich daar niet door afleiden: met 9 á 10 uur noeste arbeid was een wapen dan af, afhankelijk van de complexiteit. "Ik had met het blote oog beter zicht dan later met een loep...typisch hè?", aldus de graveur. Als je van dichtbij met een vergrootglas deze afdrukken bekijkt, lijkt dat haast onmogelijk.

De reden dat het vak in Nederland na zo'n 100 jaar op uitsterven staat, heeft enerzijds te maken met een traditie die deels gestoeld is op de winning van grondstoffen. Die is er gewoon niet in Nederland, daarvoor moet men in Duitsland (Idar Oberstein) en in Tjechië zijn. Centraal Europa heeft altijd al iets gehad met dit soort geraffineerde nijverheid in glas, edelstenen en kristal. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de firma Pasternik, die het vak in wezen naar dit deel van West-Europa bracht, uit die hoek komt! Daarnaast is voor een edelsteengraveur, die dagelijks temidden van zijn 'wieltjes' (freesjes) zijn productie in de gaten moet houden, het opleiden van een pupil een behoorlijke belasting. Er moeten veel, heel veel vlieguren gemaakt worden voordat dit rendeert. Bijna iedere edelsteengraveur heeft eens met dit dilemma gezeten, maar je moet reëel zijn. Uit zuiver idealisme het vak in Nederland levend houden is niet interessant. Het is dan eenvoudiger om voor een paar orders je Duitse contacten in Idar Oberstein op te bellen, want daar leven er hele gezinnen van...

Op dit moment worden de lakafdrukken door een vrijwilliger gefotografeerd en beschreven om het uiteindelijk in de loop van volgend jaar via Internet te kunnen ontsluiten via de lakzegel-databank.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen