donderdag 17 juni 2010

Der Herold, jaargang 2010, nummer 1-2

Nummer 1 en 2 van het kwartaalblad Der Herold, Vierteljahrsschrift für Heraldik, Genealogie und verwandte Wissenschaften is verschenen. Het betreft Jahrgang 53, Heft 1-2.


In dit nummer o.a.:

  • Kunst und Musik in Berlin studieren. Personengeschichliche Quellen im Archiv der Universität der Kunste, door Dietmar Schenk
  • Würfel in einem Schild. Eine Fallstudie am Beispiel des Toppler-Wappens in Rothenburg ob der Tauber und Nürnberg, door Eugen Schöler
  • Die Wappen der Braunschweiger Weichbilde, door Arnold Rabbow
  • Ein Siegelring für Ehrensenatoren der Universität zu Frankfurt am Main, door Gunter Stemmler
  • Zum Perspektivenverzicht in der Heraldik, door Eckart Henning

Abonnement: € 35,- / jaar.
Zie ook: www.Herold-Verein.de

woensdag 16 juni 2010

KB verwerft en digitaliseert Wapenboek Beyeren (1405)

De KB, nationale bibliotheek van Nederland, presenteerde vorige week op haar website de gedigitaliseerde versie van het Wapenboek Beyeren. Dit middeleeuwse handschrift werd haar onlangs in eeuwigdurend bruikleen gegeven en bevat meer dan duizend tekeningen van wapenschilden waaraan ridders en andere edellieden in hun harnas op het slagveld herkend konden worden. De auteur, een hoge diplomaat aan het hof van de graaf van Holland, voltooide het handschrift in 1405 in Den Haag.

Het wapenboek is deze zomer tijdelijk te zien in de topstukkententoonstelling De Verdieping van Nederland. De KB biedt nu iedereen toegang tot het bijzondere stuk op https://www.kb.nl/themas/middeleeuwen/wapenboek-beyeren

Heraldicum Disputationes, jaargang 2010, nr. 2

Het tweede nummer van de lopende jaargang van het kwartaalblad Heraldicum Disputationes is verschenen. In dit nummer onder meer de volgende artikelen:

  • Over breuken, bastaardij wapenregistraties en ... Schotland, door Dirk Coutereels
  • De Gemeente Heerenveen en haar wapen. Een aanvulling, door Rudolf J. Broersma
  • Heraldische kunstenaars (14): Laurent Granier, door Marc van de Cruys
  • Het wapen van de nieuwe primaat van België, door Roger Harmignies

Uitgever: Marc van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem (België)
Prijs: € 15,- per jaar, € 4,50 voor losse nummers (€ 6,- voor Nederland)
Zie http://users.telenet.be/homunculus/heraldiek.html

maandag 14 juni 2010

Wapenboek I (1318-1765) Lieve Vrouwe Broederschap geïllustreerd door Job Marten de Lange

door Guus van Breugel


Sinds enige maanden zijn de scans van de jaarrekeningen, koorboeken en wapenboeken van de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap in 's-Hertogenbosch online raadpleegbaar gemaakt door het Brabants Historisch Informatie Centrum. De wapenboeken zijn geïndiceerd op familienaam. De manuscripten staan eenvoudig bekend als Wapenboek I (1318-1765), Wapenboek II (1766-1993) en Wapenboek III (1962-2009). http://www.bhic.nl/index.php?id=11886

De wapenillustraties in de drie boeken hebben een zekere charme, want ze laten een heel eigen handschrift en routine zien zonder dat er sprake is van een grote tekenvaardigheid. Historisch gezien is het aardig om in het eerste wapenboek (1318-1765) de politieke omwenteling van 1629 aan de hand van de wapens te bekijken, toen de katholieke "Moerasdraak" - zoals de onneembare vesting 's-Hertogenbosch toen werd genoemd - in Staatse handen terecht kwam. Eeuwenlang zag men in dit boek dezelfde namen circuleren van belangrijke inheemse families. Vóór 1629 telde de Broederschap al uitheemse namen in haar ledenbestand, maar dan betrof het vaak leden van de hoge adel in de Nederlanden. Na de cesuur van 1629 echter, verschenen er steeds meer namen die voor de Meierij van Den Bosch uitheems klonken en die kennelijk met de nieuwe bestuurlijke orde meekwamen zoals Van Heerma, Van der Does, Zoreth, Verster, Van Loë en veel anderen. Ook het Centraal Bureau voor Genealogie had al in 1965 een vijftal gelijksoortige wapenboeken in bezit, onder andere via het legaat Van Beresteyn. Deze hebben bij nader inzien dezelfde illustrator als Wapenboek I van de ILV Broederschap.


Identificatie van de illustrator

Wapenboek I telt vanaf folio 42 verso tot folio 141 met waterverf gekleurde wapens, gemaakt door één en dezelfde persoon. De laatste pagina's met wapens zijn duidelijk door een andere achttiende eeuwse hand getekend. Omdat nergens een signatuur te zien is, mag hier gezegd worden dat het werk "zichzelf signeert". Om heraldisch tekenaars van elkaar te onderscheiden kun je het beste kijken naar hun leeuwen. Leeuwen zijn tamelijk complex en hebben daardoor altijd een neerslag van de persoonlijke hand. Wapenboek I van de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap is grotendeels geïllustreerd door Job Marten de Lange. Het was niet moeilijk om de overeenkomst te zien tussen de leeuwen in deze delen en de leeuwen in Wapenboek I. Ook de kronen komen volledig overeen.

Het wapen van Willem de Zwijger in Wapenboek I, omgeven met de orde van het Gulden Vlies

Een leeuwtje waaraan De Lange zo goed te herkennen is


Job de Lange produceerde meerdere heraldische handschriften die in opzet veel weg hebben van Wapenboek I van de Broederschap. Zo maakte hij aan de hand van een lijst van schepenen van de stad Gorinchem (zijn geboorteplaats) twee keer een wapenoverzicht. Eén lopend vanaf het jaar 1300 (voorheen in bezit van de graaf van Looz) en één boekje dat in 1897 berustte bij Mr. J. Acquoy (lopend over de periode 1315-1783)( De Nederlandsche Heraut, Tijdschrift op het gebied van Geslacht-, Wapen- en Zegelkunde, 1897). Een aanzienlijk deel van De Lange's oeuvre zou in de late achttiende eeuw in handen geweest zijn van Barend van Lockhorst. (Jurriaan van Toll, Nederlandsche sibbekundigen, Naarden 1944).


De Lange's leven en werk (1652-1732)

Job Martin (of Hiob Marten) de Lange kwam uit een welgestelde familie en was aldus hemzelf "Gebooren tot Gorinchem den 11 Junij 1652". Zijn vader was de Gorkummer schepen Marten de Lange, zijn moeder Helena Rochatis (zie voor zijn voorgeslacht J.D. Wagner, de Nederlandsche Heraut, 1897). Over zijn levenswandel, weten we - afgezien van zijn heraldische productie - vrijwel niets. Bekend is dat hij als gedreven kopiist heraldische gegevens verzamelde tot aan Noord-Frankrijk toe, wat mijns inziens toch wel moet duiden op voldoende middelen. Zijn heraldische activiteiten waren vooral liefhebberij, maar ook deels in opdracht. Uit een post uit de stadsrekeningen van 's-Hertogenbosch d.d. 1720, is bekend dat hij wapens schilderde, misschien voor in een representatieve ruimte van het stadhuis: "Item betaelt aen J.M. de Lange 24 gulden 18 stuivers voor het schilderen van de wapens der 40 heeren van de leeden dezer stadsregering." (Van Zuijlen, Stadsrekeningen, 1871).
Via Anton Schuttelaars van het Brabants Historisch Informatie Centrum kregen we onlangs te horen dat meerdere van dergelijke deze kaarten onlangs zijn 'herontdekt' (zie onder, BHIC, Collectie kaarten en tekeningen (343), inventaris nummers 6966, 6967, 6968) uit de jaren 1723, 1724 en 1731. Schuttelaars merkt naar aanleiding van deze blogpost terecht op dat ook deze wapens door Job de Lange moeten zijn getekend. Mogelijk maakte De Lange regelmatig zulke kaarten in opdracht en is die uit 1720 toevallig door Van Zuijlen opgenomen in zijn selectieve uitgave van de stadsrekeningen.


Bovenstaande kaart dateert uit 1723.

Ook het werk voor Wapenboek I zal in opdracht zijn gebeurd. Waarschijnlijk leefde De Lange op latere leeftijd in of rond 's-Hertogenbosch. Hij was al oud toen hij in 1726 nog afreisde naar Oirschot om daar gegevens op te tekenen. Zijn productie heeft overigens nooit iets in druk opgeleverd.


Kritiekloos of objectief?


Als kopiist tekende De Lange - plat gezegd - wat hem voor de neus kwam. Dit waren vaak bronnen die veel ouder waren dan hijzelf. Omdat daar soms foutjes of manipulaties (zoals bij kwartierstaten) in zaten, lijkt hij soms onbetrouwbaar. Zo werd eens gezegd dat "hij zijn bronnen weinig critisch heeft benut" (Mededelingen CBG, 1965, nr. 2/3). Daarbij wordt vergeten dat hij een tekenaar was en geen genealoog. Een controle vanuit mijn eigen familiegeschiedenis laat zien dat hij vooral een trouwe kopiist was. Dat kan een kwaliteit zijn, omdat andere bronnen dan als het ware 'door de maker heen' spreken. De Lange nam enerzijds per ongeluk gemanipuleerde data van de beruchte falsaris Chr. Butkens via een gefabriceerde 17de eeuwse geslachtslijst over, maar tegelijkertijd wist hij zeven kwartieren van de kinderen Van Breugel die De Lange's tijdgenoten waren en in het naburige Sint-Michielsgestel woonden, feilloos op te sommen.

Een heraldische kwartierstaat van tijdgenoten van De Lange

vrijdag 11 juni 2010

Inventaris archief Chambre Héraldique

Bij de Hoge Raad van Adel te Den Haag berust een deel van het archief van de Chambre Héraldique (de Heraldieke Kamer). Het gehele archief verhuisde in 1794 van Brussel naar Wenen. Pas in 1826 stemde de regering te Wenen in met teruggave van het archief en werd het naar Den Haag overgebracht. In 1843 werd het grootste deel van het archief van de Chambre Héraldique aan België teruggegeven. Het restantarchief dat zich bij de Hoge Raad van Adel bevindt, bevat fraaie handschriften met wapentekeningen, zoals een wapenboek van de landmeter Jan Jansz Potter uit 1560. Verder zijn er genealogieën in te vinden van vooraanstaande geslachten als Van Borsele, Crabeels, Van Egmond, Van Kinschot en Van Teilingen. In deze publicatie treft men ook een beschrijving aan van de algemene handschriftencollectie van de Hoge Raad van Adel aan en van de daar gedeponeerde archieven van de families Van Dompseler, Van Fridagh, Hoeufft, Van Nagell, Nahuys, Von Steiger en Groot Haesebroek.

J.C. Kort en E.J. Wolleswinkel, Het archief van de Chambre Héraldique, de handschriftencollectie van de Hoge Raad van Adel en enkele gedeponeerde familiearchieven Archiefinventarissen van de Hoge Raad van Adel, deel 10 (’s-Gravenhage: Hoge Raad van Adel 2009) 223 blz., ill., index. ISBN 9789077576045.

Verkrijgbaar bij de Hoge Raad van Adel, Nassaulaan 2b, 2514 JS ’s-Gravenhage. Prijs € 10,-.

Zie: http://www.hogeraadvanadel.nl/.