woensdag 9 juli 2014

Vijgh: seks en geweld

Lang bestond het vermoeden dat het wapen van de riddermatige Gelderse familie Vijgh of Vijch een sprekend wapen is. De vondst van vandaag bevestigt dit idee. In de heraldische databank zien we vele wapens onder deze naam voorbijkomen en allen hebben de kenmerkende gekruiste en beklede linker- en rechterarm met gebalde vuisten. Een mooi voorbeeldje van het wapen van de familie, die ook Hardevuist werd genoemd, is te vinden in het Streekmuseum Tiel.




















Een oorvijg krijgen of verkopen zat tot nog niet zo heel lang geleden in ons systeem, maar sinds de opvoedende tik écht niet meer kan, zal dit laatste beetje corrigerend lichamelijk contact bij veel mensen verdwijnen. Iemand een veeg uit de pan geven of gewoon een veeg geven, heeft nog steeds een (pseudo-) gewelddadige, dan wel seksuele betekenis, met een lichtvoetige connotatie.

Hoe anders was het toen 'de koning van Tiel', kapitein Diederik (Derck) Vijgh (1532-1615) daar de dienst uitmaakte. Tijdens de geloofstwist van 1566 steunde hij met ijzeren vuist de katholieke zijde. Zo werkte hij de lokale predikant de stad uit en trok hij als richter (schout) het commando over vijftig manschappen naar zich toe. Intussen leken hem rond 1569 de rechten van huis Soelen - door erfenis - toe te komen. Om deze alvast te waarborgen bezette hij het huis (tot ongenoegen van andere belanghebbenden zoals de Van Voorsts). Door intriges van zijn rivaal, de commandant van Tiel, zag hij echter zijn claim op het kasteel en zijn bondgenootschap met Alva als sneeuw voor de zon verdwijnen. Hij gooide het roer honderdtachtig graden om en werd namens Willem van Oranje commandant van Buren. In 1577 zag hij gelegenheid om zijn begeerde, maar inmiddels geblakerde kasteel Soelen, dat nabij Buren lag (en ligt), op de Spanjaarden te heroveren en weer bewoonbaar te maken. De familie Vijgh had een eigenwijs en martiaal imago, waarmee ze zelfs binnen de Gelderse adel opvielen. De bloedverwantschap tussen Diederik en Karel van Gelre, die zijn natuurlijke grootvader was, kan men daarin als een factor gezien hebben.

Terug naar het wapen en de details. De vuisten in de wapens Vijgh zijn altijd gebald. In de manier waarop de armen - nu met pofmouwen - tegenover elkaar geheven zijn, doen ze nog het meest denken aan de mediterrane onderarmstoot die Italiaanse taxichauffeurs maken als ze in de file vastzitten. Vandaag leverde enig bladeren in 'Annales de la maison de Lynden' van Christophorus Butkens (1626) toevallig het sluitstuk in de hypothese van het 'veeg'gebaar: de duim ligt niet netjes naast de vingers, maar steekt er opvallend doorheen, de geslachtsgemeenschap verbeeldend. Het lijkt erop dat deze obsceniteit geleidelijk uit het wapen is gebannen, want latere versies in onze documentatie vertonen dit niet meer. Vijgh is desalniettemin een sprekend wapen te noemen!

woensdag 2 juli 2014

Heraldisch ex-libris in Meermanno

Museum Meermanno, stoer bijgenaamd Huis van het Boek, heeft binnenkort een kortdurende tentoonstelling over ex-libris. De expositie heet Van Dürer tot Escher, Ex-libriskunst uit de collectie Jansen-Ebing. Aanleiding was het overlijden van Hillegonda Jansen-Ebing in 2013. De ruim 80.000 (!) bladen tellende verzameling is inmiddels overgedragen aan het museum en door twee ervaren vrijwilligers in een database gezet. Inkijkjes in de privéwereld van bibliofielen bieden prachtige aanvullingen op persoons- en familiegeschiedenis. Bij de selectie voor de tentoonstelling zijn accenten geplaatst op veel voorkomende thema's als Don Quichote, Tijl Uilenspiegel, vrijmetselarij en erotica.

De oudste ex-libris waren echter vaak heraldisch van aard. Een persoon kon en kan immers prima gerepresenteerd worden door diens wapen. Een aantal van deze heraldische topstukken zijn te zien, zoals dat van Michael VII. Behaim von Schwarzbach (1459-1511), een telg uit een van de alleroudste patricische families van Neurenberg.  De dynamische schuine plaatsing van het schild ten opzichte van de steekhelm doet in de verte nog denken aan het slagveld, maar de evenwichtige (maar nét niet symmetrische) krullenweelde is al een overduidelijke renaissance-tendens. Het stuk is niet gesigneerd, maar het originele blok van dit ex-libris is wel bewaard gebleven (New York, Pierpont Morgan Library and Museum, B3 027 A04). Op de achterkant van dit blok is een originele notitie van Dürer aan Behaim von Schwarzbach bewaard gebleven, waarin Dürer het blok aanbiedt met het verzoek het zo te laten, daar niemand het kan verbeteren, verpessern, hij heeft het immers kunstig en met vlijt gemaakt - mit fleis kunstlich gemacht. Het wordt gedateerd ca. 1509-1511.




















Een ander stuk is een door de graveur Jean Regnault gesigneerd ex-libris, gemaakt voor Luc-François du Chemin de la Tour (1684-1744). Deze Normandische edelman werd in 1707 chevalier de St-Lazare. Aangezien het ordeteken op dit ex-libris is afgebeeld, is het te dateren op dat jaar of later.
Regnault was geen Dürer, dat is vooral te zien aan de ietwat onhandige weergave van de wildemannen, maar desaniettemin heeft dit soort prenten, mede door het beperkte formaat, een grote decoratieve charme.
Overigens is een belangrijk aandeel van de heraldische ex-libris van Meermanno oorspronkelijk afkomstig uit de collectie van het Centraal Bureau voor Genealogie. Voor alle duidelijkheid: deze worden niet getoond in deze tentoonstelling.





















Van Dürer tot Escher, Ex-libriskunst uit de collectie Jansen-Ebing
Museum Meermanno, Huis van het Boek, van 22 juli tot en met 17 augustus 2014

woensdag 25 juni 2014

Voortgang inventarisatie losse heraldiek op papier

Het is tijd om de oplettende lezer te informeren over de voortgang van de inventarisatie van de collectie losse heraldiek op papier die bij het CBG berust. In de vorige post kwam al even een laatmiddeleeuws tekeningetje voorbij, maar er is heel veel meer. Op dit moment worden door vrijwilligers de familiedossiers gecontroleerd op heraldisch materiaal dat soms eeuwenoud is. De stukken en stukjes die hierbij opduiken, worden gevoegd bij het eerder ontdekte materiaal en worden gedigitaliseerd, geconserveerd en in de heraldische databank beschreven.

Het arbeidsintensieve deelproject loopt nu drie jaar. Soms zijn de bij de wapens behorende namen bekend, maar niet de tekenaar of schilder. Soms duikt na een jaar plotseling een tekening op van dezelfde kunstenaarshand, zonder dat nog bekend is om wie het werkelijk gaat. De onderzoeker zet zogezegd vlaggetjes uit om clusters van overeenkomsten en verschillen te signaleren over de collectiegeschiedenis van het materiaal en uit welke bron het afkomstig (gesneden) is (wapenkaarten, manuscripten, ontwerptekeningen voor een naslagwerk, enzovoort). Het doel is de records in de heraldische databank te verrijken met gegevens zoals maker, techniek en verwant materiaal; zaken die voorheen minder belangrijk werden geacht. Men zag het vooral als documentatie en minder als kunst. De oorspronkelijke context was van ondergeschikt belang.

Hieronder laten we een voorbeeld zien van één van de vele oorspronkelijke tekeningen in waterverf die ten grondslag hebben gelegen aan het naslagwerk van A.A. Vorsterman van Oyen, Stam- en Wapenboek van aanzienlijke Nederlandsche Familiën met genealogische en heraldische aantekeningen (Groningen 1888-1890). Waarschijnlijk is het bij het CBG terecht gekomen via de collectie Vorsterman van Oyen. Het betreft het wapen van de familie De Nerée tot Babberich. Toen nog een 'schetsje' met een vlekje op het blazoen, maar tegenwoordig steeds meer een vorm van kapitaal...




vrijdag 13 juni 2014

De oudste wapentekening van het CBG

Bij inventarisatiewerkzaamheden werd onlangs bij het CBG een oude wapentekening gevonden die nu te boek staat als de oudste in de collectie. De tekening werd bewaard in een lade met ander ongeïnventariseerd materiaal. 
Het gaat om een gewassen pentekening op een velletje papier van 14 cm hoog. Het wordt gedateerd op het derde kwart van de vijftiende eeuw en bevindt zich in de overgang van gotiek naar renaissance. In het septembernummer van Gen.magazine wordt er aandacht aan besteed.


maandag 2 juni 2014

Heraldisch Tijdschrift, jaargang 2014, nr. 2

In het tweede nummer van de jaargang 2014 van het Heraldisch Tijdschrift, de periodiek van de Afdeling Heraldiek van de Nederlandse Genealogische Vereniging, de volgende artikelen:
  • Paul Boesch, een heraldisch houtgraveur uit Zwitserland, door Bernard Grothues
  • Armenpenning Roermond is bakenlood van Willemstad, door Allex Kussendrager
  • Het zegelstempel van de Ridderhofstede Nyevelt, door Norbert Biezen
  • Bisschopswapens op de Antillen en in Suriname, door Hans van Heijningen
  • Drentse heraldiek, door Cor de Graaf
  • Waar zijn de koninklijke leeuwen gebleven?, door Anton C. Zeven
  • 10 Jaar Gilde van het Heilig Sacrament van Niervaert te Breda, door Anders Daae
  • In de serie 'hedendaagse heraldici': Jonkheer Sigismund H. de Ranitz, heraldisch schilder, door Bernard Grothues
  • Dorpswapens en -vlaggen in West-Friesland: Hauwert en Zwaagdijk-West, door Hans van Heijningen
Verder als gebruikelijk de rubrieken Periodieken en publicaties en Op de keper beschouwd (met vragen en reactie van lezers).

Het Heraldisch Tijdschrift verschijnt vier keer per jaar. Een abonnement kost € 20,- per jaar (buitenland € 25,-). NGV-leden betalen slechts € 18,- per jaar. Email: w.van.zon@hccnet.nl

Heraldicum Disputationes, jaargang 2014, nr 2

Inhoudsopgave van het tweede nummer van jaargang 2014 van Heraldicum Disputationes:
  • De laatste adelsbrieven verleend door Z.M. Albert II, Koning der Belgen 2012-2013, door Paul de Win
  • Wapens en logo's van Nederlandse universiteiten en hogescholen, door Fons van Wieringen
  • Heraldiek in het Groene Hart. Gemeenten en hun wapens in en rond het gebied van de nieuwe gemeente Bodegraven-Reeuwijk, door Jan Keuzenkamp
  • De verdwenen obiit van Borsbeek, door Stefan Crick & Marc Van de Cruys
  • In de serie 'Belgische bisschoppen in het buitenland': Mgr. Godfried Pelckmans O.F.M. Cap. 3e bisschop van Lahore, door Marc Van de Cruys

Als gebruikelijk ook in dit nummer ingezonden brieven, mededelingen en signaleringen van nieuwe boeken in de afdeling Disputationes.

Uitgever: Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem (België)
Heraldicum Disputationes verschijnt vier keer per jaar.
Prijs: € 20,- per jaar, € 6,00 voor losse nummers (€ 7,50 voor Nederland.)
Zie http://users.telenet.be/homunculus/heraldiek.html

dinsdag 1 april 2014

Heraldisch Tijdschrift, jaargang 2014, nr. 1

In het eerste nummer van de jaargang 2014 van het Heraldisch Tijdschrift, de periodiek van de Afdeling Heraldiek van de Nederlandse Genealogische Vereniging, de volgende artikelen:
  • Herinneringen aan de geboorte van de Afdeling Heraldiek van de NGV, door Anders Daae (n.a.v. 20-jarig jubileum)
  • Heraldische aantekeningen bij een middeleeuwse bijbel, die bewaard wordt in Londen, door Willem van Ham
  • In de serie 'hedendaagse heraldici': Jelle Cornelis Terluin, wapentekenaar en heraut van de Fryske Rie foar Heraldyk, door Bernard Grothues 
  • Een signet Schenkenberg van Mierlo, door Norbert Biezen
  • Symboliek op de gedenkpenning van de Académie Internationale d'Heraldique, door J.A. de Boo
  • Hand- of persoonlijke merken als wapenstukken in zegels, door Anton C. Z|even
  • Decoding Signs of Identity, door Anton C. Zeven (over Oud-Egyptische steenhouwersmerken)
Verder als gebruikelijk de rubrieken Periodieken en publicaties en Op de keper beschouwd (met vragen en reactie van lezers).

Het Heraldisch Tijdschrift verschijnt vier keer per jaar. Een abonnement kost € 20,- per jaar (buitenland € 25,-). NGV-leden betalen slechts € 18,- per jaar. Email: w.van.zon@hccnet.nl