woensdag 10 september 2014

Nieuwe staten en heraldiek

Tijdens het XXXIe Internationale Congres voor Heraldische en Genealogische Wetenschappen in Oslo (12 - 17 aug. 2014) hield de Duitse heraldicus Rolf Sutter een lezing over "De in de laatste 50 jaar nieuw ontstane staten en hun heraldiek en emblematiek". 

De lezing komt nu in vier delen beschikbaar op het blog Pro Heraldica van de Deutsche Forschungsgesellschaft für Genealogie und Heraldik.
Deel 1 is nu verschenen en handelt over de nieuw ontstane Afrikaanse staten door de dekolonisatie.

De overige delen verschijnen binnenkort:
Deel 2 zal gaan over de nieuw ontstane staten als gevolg van het uiteenvallen van het Oostblok.
Deel 3 zal gaan over nieuw ontstane staten door etnisch separatisme.
Deel 4 zal getiteld zijn "Formen der 117 Identitätszeichen".

Interessant voor iedereen die geïnteresseerd is in nationale vlaggen, staatsheraldiek en de symboliek waar mensen die op zoek zijn naar een eigen identiteit op teruggrijpen.

Bron: Pro Heraldica, Rolf Sutter.

dinsdag 9 september 2014

Heeft the Union Jack z'n langste tijd gehad?

Als Schotten bij het referendum van 18 september a.s. instemmen met onafhankelijkheid (volgens laatste peiling zegt 51% van de bevolking mogelijk "ja" tegen onafhankelijkheid) kan dat betekenen dat Groot-Brittannië moet omzien naar een nieuwe vlag. 
De huidige Union Jack is een samenstelling van de vlaggen van Engeland (Sint-Joriskruis), Schotland (Sint-Andreaskruis) en Ierland (Sint-Patrickkruis).
Wording van the Union Jack (Bron: Wikipedia)
Als het Schotse deel er uit wordt gehaald blijft er van de fraaie Britse vlag weinig over.
Union Jack zonder blauw.
Misschien kan de vlag van Wales uitkomst bieden als inspiratiebron voor een extra toevoeging, want Wales was tot nu toe niet vertegenwoordigd in de Union Jack. 
Vlag van Wales (Bron: Wikipedia)

Maar een Union Jack met groen i.p.v. blauw zal toch even wennen zijn....

maandag 8 september 2014

Heraldicum Disputationes, jaargang 2014, nr 3

Inhoudsopgave van het derde nummer van jaargang 2014 van Heraldicum Disputationes:
  • Afl. 17 in de reeks over Heraldische kunstenaars: G.A. Bontekoe (1900-1988), door Hans van Heijningen
  • Attestaties (mv) voor Heylinck en van den Zijpe, door Marc Van de Cruys & Hugo Lambrechts-Augustijns
  • Tien jaar Gilde van het Heilig Sacrament van Niervaert te Breda, door Anders Daae
  • Omtrent de memorietafel van Serooskerke - Micault: een minnares van Jan II met de Lippen opgespoord?, door Jean M.P. Debois
  • Gegolfd en golvend in wapens met water, door J.A. de Boo
Als gebruikelijk ook in dit nummer ingezonden brieven, mededelingen en signaleringen van nieuwe boeken in de afdeling Disputationes.

Uitgever: Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem (België)
Heraldicum Disputationes verschijnt vier keer per jaar.
Prijs: € 20,- per jaar, € 6,00 voor losse nummers (€ 7,50 voor Nederland.)
Zie http://users.telenet.be/homunculus/heraldiek.html

dinsdag 2 september 2014

En passant: Wapen van een slager

Een van de CBG-collega's trof afgelopen zomer in het stadje Ancy-le-Franc in de Bourgogne (departement Yonne), ingemetseld in de buitenmuur van een onlangs gerenoveerd huis, deze oude steen aan met daarin uitgehouwen een wapenafbeelding uit 1557.



Het lijkt het wapen van een slager te zijn, want het wapen toont allerlei slagersattributen: een mes, een bijl en een aanzetstaal. De voorstelling heeft stijlkenmerken uit de renaissance, hetgeen in het betreffende stadje niet vreemd is. Het stadje wordt namelijk gedomineerd door een fraai renaissance kasteel dat tussen 1542 en 1550 is gebouwd naar een ontwerp van Sébastiano Serlio (1475-ca. 1554), een bekende Italiaanse architect die op verzoek van koning Frans I ook meewerkte aan de bouw van het kasteel van Fontainebleau.

donderdag 21 augustus 2014

Wapenboek De Coninck in Le Parchemin

In de juli-augustus 2014 editie van Le Parchemin behandelt Jean-Marie van den Eeckhout het zestiende-eeuwse Wapenboek De Coninck, dat in het archief van Goethals (Koninklijke Bibliotheek Brussel) berust. Het boek is vernoemd naar de zestiende-eeuwse familie van deze naam. De wapens van de eigenaar en zijn familieleden zijn erin afgebeeld, evenals de vazallen van de bisschop van Luik en bekende Britse, Franse, Brabantse, Henegouwse en Luxemburgse geslachten die een prominente rol bekleedden in de hoogtijdagen van het Heilig Roomse Rijk ten tijde van Karel V.

De auteur behandelt hier echter specifiek de wapens van Luikse vazallen die in de periode 1300-1375 hebben geleefd en bovenregionale verbanden met de Nederlanden hadden, waardoor veel ‘Limburgse’ (Schaesberg, Gronsveld), Brabantse (Petersheim, Halmale) en zelfs oorspronkelijk Overijsselse (Bentinck) namen in het oog springen. Interessant is dat in het geval (Jean?) Bentinck, die in het zuiden arriveerde via de Gelderse feodaliteit, het bekende ankerkruis niet van zilver op blauw is, maar van blauw op zilver. Met de nadruk op de politiek-militaire rol van de personen en hun biografische details gevat in statistische overzichten, komt deze dynamische periode van de heraldiek zeer tot haar recht.

Verder zijn in dit nummer van andere auteurs de genealogieën Rubempré en Nobels opgenomen.

Le Parchemin, Bulletin bimestriel édité par l'Association royale Office Généalogique et Héraldique de Belgique, julliet-août, 2014, no. 412, 87 pag.


Le Parchemin verschijnt 6 keer per jaar. Kosten abonnement: € 40,- per jaar voor België en € 70,- per jaar voor het 'buitenland'. Zie website.

woensdag 9 juli 2014

Vijgh: seks en geweld

Lang bestond het vermoeden dat het wapen van de riddermatige Gelderse familie Vijgh of Vijch een sprekend wapen is. De vondst van vandaag bevestigt dit idee. In de heraldische databank zien we vele wapens onder deze naam voorbijkomen en allen hebben de kenmerkende gekruiste en beklede linker- en rechterarm met gebalde vuisten. Een mooi voorbeeldje van het wapen van de familie, die ook Hardevuist werd genoemd, is te vinden in het Streekmuseum Tiel.




















Een oorvijg krijgen of verkopen zat tot nog niet zo heel lang geleden in ons systeem, maar sinds de opvoedende tik écht niet meer kan, zal dit laatste beetje corrigerend lichamelijk contact bij veel mensen verdwijnen. Iemand een veeg uit de pan geven of gewoon een veeg geven, heeft nog steeds een (pseudo-) gewelddadige, dan wel seksuele betekenis, met een lichtvoetige connotatie.

Hoe anders was het toen 'de koning van Tiel', kapitein Diederik (Derck) Vijgh (1532-1615) daar de dienst uitmaakte. Tijdens de geloofstwist van 1566 steunde hij met ijzeren vuist de katholieke zijde. Zo werkte hij de lokale predikant de stad uit en trok hij als richter (schout) het commando over vijftig manschappen naar zich toe. Intussen leken hem rond 1569 de rechten van huis Soelen - door erfenis - toe te komen. Om deze alvast te waarborgen bezette hij het huis (tot ongenoegen van andere belanghebbenden zoals de Van Voorsts). Door intriges van zijn rivaal, de commandant van Tiel, zag hij echter zijn claim op het kasteel en zijn bondgenootschap met Alva als sneeuw voor de zon verdwijnen. Hij gooide het roer honderdtachtig graden om en werd namens Willem van Oranje commandant van Buren. In 1577 zag hij gelegenheid om zijn begeerde, maar inmiddels geblakerde kasteel Soelen, dat nabij Buren lag (en ligt), op de Spanjaarden te heroveren en weer bewoonbaar te maken. De familie Vijgh had een eigenwijs en martiaal imago, waarmee ze zelfs binnen de Gelderse adel opvielen. De bloedverwantschap tussen Diederik en Karel van Gelre, die zijn natuurlijke grootvader was, kan men daarin als een factor gezien hebben.

Terug naar het wapen en de details. De vuisten in de wapens Vijgh zijn altijd gebald. In de manier waarop de armen - nu met pofmouwen - tegenover elkaar geheven zijn, doen ze nog het meest denken aan de mediterrane onderarmstoot die Italiaanse taxichauffeurs maken als ze in de file vastzitten. Vandaag leverde enig bladeren in 'Annales de la maison de Lynden' van Christophorus Butkens (1626) toevallig het sluitstuk in de hypothese van het 'veeg'gebaar: de duim ligt niet netjes naast de vingers, maar steekt er opvallend doorheen, de geslachtsgemeenschap verbeeldend. Het lijkt erop dat deze obsceniteit geleidelijk uit het wapen is gebannen, want latere versies in onze documentatie vertonen dit niet meer. Vijgh is desalniettemin een sprekend wapen te noemen!

woensdag 2 juli 2014

Heraldisch ex-libris in Meermanno

Museum Meermanno, stoer bijgenaamd Huis van het Boek, heeft binnenkort een kortdurende tentoonstelling over ex-libris. De expositie heet Van Dürer tot Escher, Ex-libriskunst uit de collectie Jansen-Ebing. Aanleiding was het overlijden van Hillegonda Jansen-Ebing in 2013. De ruim 80.000 (!) bladen tellende verzameling is inmiddels overgedragen aan het museum en door twee ervaren vrijwilligers in een database gezet. Inkijkjes in de privéwereld van bibliofielen bieden prachtige aanvullingen op persoons- en familiegeschiedenis. Bij de selectie voor de tentoonstelling zijn accenten geplaatst op veel voorkomende thema's als Don Quichote, Tijl Uilenspiegel, vrijmetselarij en erotica.

De oudste ex-libris waren echter vaak heraldisch van aard. Een persoon kon en kan immers prima gerepresenteerd worden door diens wapen. Een aantal van deze heraldische topstukken zijn te zien, zoals dat van Michael VII. Behaim von Schwarzbach (1459-1511), een telg uit een van de alleroudste patricische families van Neurenberg.  De dynamische schuine plaatsing van het schild ten opzichte van de steekhelm doet in de verte nog denken aan het slagveld, maar de evenwichtige (maar nét niet symmetrische) krullenweelde is al een overduidelijke renaissance-tendens. Het stuk is niet gesigneerd, maar het originele blok van dit ex-libris is wel bewaard gebleven (New York, Pierpont Morgan Library and Museum, B3 027 A04). Op de achterkant van dit blok is een originele notitie van Dürer aan Behaim von Schwarzbach bewaard gebleven, waarin Dürer het blok aanbiedt met het verzoek het zo te laten, daar niemand het kan verbeteren, verpessern, hij heeft het immers kunstig en met vlijt gemaakt - mit fleis kunstlich gemacht. Het wordt gedateerd ca. 1509-1511.




















Een ander stuk is een door de graveur Jean Regnault gesigneerd ex-libris, gemaakt voor Luc-François du Chemin de la Tour (1684-1744). Deze Normandische edelman werd in 1707 chevalier de St-Lazare. Aangezien het ordeteken op dit ex-libris is afgebeeld, is het te dateren op dat jaar of later.
Regnault was geen Dürer, dat is vooral te zien aan de ietwat onhandige weergave van de wildemannen, maar desaniettemin heeft dit soort prenten, mede door het beperkte formaat, een grote decoratieve charme.
Overigens is een belangrijk aandeel van de heraldische ex-libris van Meermanno oorspronkelijk afkomstig uit de collectie van het Centraal Bureau voor Genealogie. Voor alle duidelijkheid: deze worden niet getoond in deze tentoonstelling.





















Van Dürer tot Escher, Ex-libriskunst uit de collectie Jansen-Ebing
Museum Meermanno, Huis van het Boek, van 22 juli tot en met 17 augustus 2014